Laan van Engelswier

1953-1958 Laan van Engelswier 7bis, Utrecht

Ik als baby Ik ben anderhalf jaar oud en lig in een ziekenhuisbed om mijn amandelen te laten knippen. Ik bevind me op een grote, open zaal. Ik ben denk ik net wakker en de verpleegster biedt een fles aan om in te plassen. Ik sta daarbij in mijn bed en kijk om me heen. Schuin aan de overkant is een deur.

Mama zwaait naar mij bij de deur aan de andere kant van de zaal. Later zal ze zeggen dat ze dat niet geweest kan zijn... Er is me gezegd dat ik eenmaal weer thuis heel lang op de schoot van mijn moeder hebt gezeten. Ik heb een vage herinnering aan keelpijn.

Ik sta in de box en kijk naar mama die zichzelf verschoont.

Er ligt balatumzeil met pastelkleurige stippenpatroontjes in de huiskamer van tante Corrie en ome Hennie bij wie we inwonen. Wij wonen boven hen. Daarom wordt ik ‘Tonnie boven’ genoemd en de oudste van oom Hennie en tante Corrie ‘Tonnie beneden’.

Het trappenhuis heeft een automatische lichtschakelaar. Je moet 'm indrukken om het licht aan te doen. Het licht gaat vanzelf weer uit na een aantal seconden.

Ik ben op blote voeten in het trappenhuis. Een buurjongetje vind het raar. Ik krijg daardoor het idee dat ik mij zou moeten schamen voor mijn blote voeten en dat verbaast me.

In onze huiskamer staat een uitstaand opklapbed. Er liggen injectieampullen op (?). Het lukt niet om mij een injectie te geven, ik stribbel te veel tegen (is me dit later verteld? heb ik het verzonnen?) Is dit omdat ik sinusitis heb? Het opklapbed heeft rubberen riemen met ijzeren haken om het vast te maken. Het moet iedere keer opgemaakt worden en dan opgeklapt worden tegen de muur. Papa en mama slapen daar in. Later is het gebruikt als logeerbed. Ik heb ook de mazelen gehad met hele hoge koorts.

Er zijn vensterbanken met gele tegeltjes. Naar buiten kijken.

Op het keukenaanrecht ligt een doosje Simon de Wit lucifers met het S-logo.

Kapper Wietje komt aan huis. Vage herinnering dat ik in de kinderstoel zit en een laken om heb. Kan ook dat ik me het omdoen van het laken herinner van latere knipbeurten bij de kapper.

In de wc met tante Corrie. Papa en mama zijn niet thuis. Ik moet ‘m goed vasthouden anders plas ik naast de pot en dat vindt ze niet leuk.

Houten treintje met gekleurde blokken, ronde en vierkante die in de wagonnetjes passen. Ze passen met een haakje en een ringetje aan elkaar. De bromtol. Heb ik dan al een houten step? Doos met kubusvormige puzzelblokken. Je kan er 6 puzzels mee maken.

blokkenpuzzel blokkenpuzzel

Beer Mijn beer. Ida denkt nog steeds dat het haar beer was. Misschien heeft ze gelijk. Ik kan me nog herinneren hoe hij rook. Op veel plaatsen is het bont eraf. Ook over de pootjes zijn lapjes gezet. Ik herinner me ook een zwart negerpopje. En een blokkendoos met houten blokken. Oh, en mijn trommel natuurlijk! Die is ineens verdwenen maar duikt weer op bij de verhuizing naar de Hartingstraat...

Vage herinnering dat Ida geboren moet worden. Ik moet naar de mevrouw aan de overkant van het grasveld, maar dat is me volgens mij verteld. Geen bewuste herinnering. Ida wordt genoemd naar de overleden moeder van mama: Ida Antoinetta (Tulp).

Vage herinnering aan buurman linksonder. Siermans heet hij en hij is altijd boos op wat er in het trappenhuis gebeurt aan lawaai en dat soort dingen.

Gebreid truitje met knoopjes in de hals. Ik kan het niet zelf vastmaken en het truitje zit niet prettig. Ik weet nog vaag dat mijn veters vastgemaakt moeten worden. Ik heb waarschijnlijk wantjes met touwtjes om ze niet te verliezen.

Buiten


spoorbrug

Achterop de fiets met mama en Ida voorop naar het Julianapark. De oude groene spoorbrug over de Amsterdamse Straatweg. De watertoren.


julianapark

julianapark

watertoren In de zandbak met een lepel. Alleen, maar heel tevreden. Is mijn schep kapot of weg? Ik weet nog dat ik om de lepel ben gaan vragen.


Kinderen leggen slachtafval in papier langs de stoep op straat en lachen erbij. Ze zeggen dat ze een hond hebben doodgemaakt. Ik weet niet of ik ze moet geloven. Zeer griezelige en angstige ervaring.


Kerstboomverbranding in de speeltuin op de hoek. Woedende agent zwaait met brandende boom. Ik weet nog dat papa en mama het belachelijk vonden van die agent.


Koppeltje duikelen over de speeltoestellen bij de zandbak. De hoge kan ik nog niet bij.

Vuurwerk in gaatjes van ijzeren speeltoestellen. (?) Zand laten stromen in diezelfde gaatjes. Mag dat wel?


Ida in de hoge kinderwagen. De lichtgele zomerjurk van mama.


Bijen vangen met een jampot en lieveheersbeestjes in een lucifersdoosje doen met bladeren.


geeltje joet

Een briefje van 25 en een van 10 vinden bij de huishoudschool. Thuis afgeven. Ze zouden het teruggeven. Later blijkt dat ze dat geld zelf heel goed konden gebruiken. Ik vind het wel jammer dat ik het niet mag houden.


De bakker komt langs in de straat. Bedelen om een krentenbol of eierkoek.


lubrokar

muntenhouder Ik heb een kleine metalen muntenhouder voor dubbeltjes. Er zit een ijzeren veer in. Als ik ‘m indruk komt het topje van mijn vinger er soms tussen.
 De mijne is glad en niet van zilver zoals op de foto.

Matrozenpakje. Er zitten van die witte dingen aan mijn kraag. Ik geloof dat het ze ook gelukt is om mij in zo’n lederhosen korte broek te stoppen.


Ik heb in mijn broek gekakt, omdat ik niet op tijd naar huis ben gegaan. Ik schaam me dood.

En dit liedje was elke dag te horen en werd door mij luid meegezongen: