Pasteurstraat

1960 - 1962 Pasteurstraat 3bis, Utrecht

(5 januari 1960) De verhuizing van de Hartingstraat naar de Pasteurstraat doen we voor de kleine dingen gewoon lopend over straat. Het is vlakbij.


Huis met lange, hoge, smalle trap. Ben eens op het balkon geklommen. Heel voorzichtig heeft papa mij geroepen. Ze zijn bang dat ik zal vallen. Ik ben helemaal niet bang.


Op de trap liggen traplopers die met traproeden op hun plaats gehouden worden. Regelmatig moeten die traproeden goed gelegd worden, anders is het gevaarlijk.
 De indeling van het huis (voornamelijk volgens Ida):
 Het huis in de Pasteurstraat is echt leuk met de schuifdeuren naar de slaapkamer van papa en mama. Onze huiskamer loopt in een L. In de hoek is dan de eettafel. In het midden de deuren naar het balkon. De tv staat in de hoek aan de andere kant van de kamer. Er staat een kloostertafel met daarover een pluche kleed net als op de grote tafel. Er is een verstelbare 'rookstoel' en nog twee groene stoelen. Aan de achterkant is ook een balkon. Daar hangt een mattenklopper en wordt de kolenkit gezet. Op het balkon worden aanmaakhoutjes gespleten voor de kachel. Mooie houten vloeren die elke vrijdag in de was gezet worden. De vloeren zijn bedekt met een vloerkleed.


De kleine, smalle keuken bevindt zich naast de woonkamer waar je gelijk binnenloopt als je de trap op komt. We ontbijten daar altijd. Aan een formica tafel. Boven zijn de slaapkamers van mij en Ida. Die van Ida naast die van Christine (zie hieronder) met een vrij hoog raam. Ik heb een mooie kamer aan de achterkant en naast mij is de douche.


Papa maakt samen met 'de rooie', een vriend of collega van papa een douche. Hoeven we niet meer in de teil.


Er komt ook een studente bij ons op kamers wonen. Ze heet Christine. Ik ga soms stiekem bij haar binnen als ze er niet is. Het ruikt er vreemd, zoetig, interessant. Ik kijk in haar spulletjes. Ze heeft een doos met lange grote lucifers met gekleurde koppen. Aan de kapstok in de gang naast haar kamer hangt vaak haar jas. Soms vind ik klein geld in haar zakken...


De versjes 'Mien Prop' en 'Anna stond te wachten' worden vaak door papa gezongen.

De benedenbuurman heet Sjon (John?) de Bruin. We noemen die 'ome Sjon'. Op 1 april moet ik aanbellen om een 'schop met voetje' te halen. Wat een rotstreek van papa. Ik moet daar ook eens 'Constant heeft een hobbelpaard' zingen. Wordt opgenomen op bandrecorder. Eerste keer dat ik zo'n ding zie. Ida mag daar soms in de tuin in de teil als het heel warm is. En anders bij ons op het balkon achter.


ad malibaan
Mama gaat terug werken. In het rusthuis de Pelikaan op de Maliebaan 11. Soms moeten Ida en ik daar wel eens een zondag blijven, omdat we geen oppas hebben. We verveelden ons er vaak. Het spoorwegmuseum vlakbij hebben we ook wel een aantal keren gezien. Je kan wel goed glijden op de gladde houten vloeren van het rusthuis.
postzegel postzegel
Achter in de tuin staat een prieeltje. Daar heb ik eens massa's oude ansichtkaarten gevonden, met daarop oude postzegels die ik er afgeweekt heb. Ida herinnert zich dat mama er twee vriendinnen heeft, zuster de Witte, eentje met veel sproeten en ook een Surinaams meisje. Voor mij zijn die herinneringen heel vaag.


Ik ben bevriend met de zoon van de banketbakker op de hoek. Hij heet Hupie Janson. Ik zie de bakker nog slagroomhorens maken, wanneer ik eens in de bakkerij mag komen kijken. Later heeft de bakker een ronde winkel laten bouwen, een kiosk, aan het begin van de straat. De mensen kunnen daar bloemen en fruitmanden en zo kopen voor als ze op bezoek in het ziekenhuis zijn.
 Huub Janson heeft nu een bonbonatelier in Zutphen.

Diezelfde bakker heeft ook aan de gevel op de Catharijnesingel een snoep-automaat met Marsrepen en dergelijke. Op een dag is de automaat stuk. Ik heb er heel wat marsen uit gestolen. Daarna hard weglopen. Wie er nog meer bij zijn weet ik niet meer.


Op een verjaardagsfeestje is mijn vriend Hupie Janson er ook, net als Ida, mijn neef Ton van ome Henny en Wilma de Bruyn van de benedenburen.

feestje

Ergens in deze tijd kopen papa en mama ieder een Solex brommer. Ik ga achterop bij papa en Ida gaat bij mama achterop.


Een keer zijn we met de brommer aan het rijden ergens waar het niet mag. Een agent snapt ons en wij moeten ons mond houden. Papa geeft een verkeerd adres op bij de agent.


Papa is sowieso niet zo'n brave. Hij steelt ook regelmatig bierglazen en asbakken in cafés en ziet dat als een soort sport. Ik kan me nog een bierglas herinneren in de vorm van een laars. En volgens Ida heeft zelfs mama een keer een peper-en-zoutstel in haar tas gestopt omdat het eten niet lekker was.


Het koningshuis valt ook niet in goede aarde trouwens. Omdat ze in de oorlog het volk achterlieten en er zelf vandoor gingen.


Papa moet ook nog ergens een tijdje een motor gehad hebben, want Ida weet nog dat ze een keer voorop mocht. Ik weet wel dat hij in Indië met de motor gereden heeft. Hij heeft er ook een verloofde gehad die Sri heette. Als mama daaraan herinnerd wordt is ze duidelijk jaloers.


De verhalen van papa over Indië vind ik interessant en indrukwekkend. We hebben ook een fotoboek met foto's van papa in Indië. In één van de verhalen wordt een vriend van papa in één nacht grijs en in een ander wordt iemand die aan malaria lijdt helemaal ingesmeerd door een toverdokter met
 een inlands kruidensmeersel ('obat'). De man is genezen. Papa zegt soms: “duduk is zitten en tidur is pitten“. Hij vertelt ook oorlogsdetails die afschuwelijk zijn...

Indië

Ik weet niet meer wat er gebeurd is, maar ik ben op de wc en papa maakt mijn billen schoon. Hij is kwaad en zegt: “Je kunt je eigen kont nog niet schoonmaken”. Heel vernederende ervaring.


Ik herinner me ook de schreeuwende ruzies tussen mama en papa. Papa die de deur uit dreigt te gaan. “Je soort!” wordt er vaak geschreeuwd. Ik weet niet waar het allemaal over gaat. Wel angstig en bedreigend. Soms word ik gedwongen om partij te kiezen.


Mama vertelt soms over haar werk in het ziekenhuis, maar niet veel. Ik weet dat ze in het SAZU gewerkt heeft en ze wijst soms het kamertje aan waar ze intern woonde. Dat was vlakbij in de gebouwen aan de Catharijnesingel.


Ik heb vaak vliegdromen, die heel echt aanvoelen. Een keer start zo'n droom bij het hek aan de overkant van de straat. Ik sta op het muurtje voor het hek en begin te vliegen. De vliegdromen eindigen altijd op dezelfde manier: ineens lig ik in foetushouding ergens op de grond op een matje of zo. Ik zie mezelf van bovenaf, ga in mijn lichaam en daarna wordt ik in dezelfde houding wakker in mijn bed.


Ik lig soms in bed te denken en in slaap te vallen en schrik dan plotseling wakker. Ik heb dan het gevoel dat ik een hele belangrijke, vergeten gedachte heb gedacht. Ik krijg kippenvel en mijn nekhaar staat overeind. Daarna probeer ik dan mijn gedachtespoor terug te volgen, maar dat lukt nooit.


Ziek zijn en met donaldduckies in de rookstoel mogen liggen. Nog een stoel eraan vast, dan wordt het een soort bed. Heel gezellig.


Ik kan lid worden van de Sterrenwacht op het Zonnenburg. Ik heb het niet gedaan. Het zou veel te leuk worden en dat kan ik niet aan. Veel spijt van gehad.


Ik heb ooit een brief geschreven naar Natrena, omdat ze op het etiket 'sacharine' verwisseld hebben met 'sacharose'. Een behoorlijke blunder. Ik krijg een keurige brief terug, waarin ze mij gelijk geven en zullen zorgen voor correctie. Ik word in de brief gezien als een volwassene!


Ik herinner me ook dat ik tussen de zwanen sta op de werf van de Nieuwegracht. De zwanen vinden het niet leuk en dreigen. Een angstige ervaring.


Verder op de singel woont een Israëlische familie. Hun zoontje heet Eël. Een vriendje van Ida.


Ik kan me ook herinneren dat ik een keer langs de straat van de singel een radio zie staan en allerlei andere spullen. Ik heb de radio meegenomen naar huis. Ik moet ze weer terugbrengen, want die mensen zijn gewoon aan het verhuizen.


Aan de Oudegracht 331 is er de wapenwinkel van H. Stolker. Ik heb lang gekeken naar al die wapens. Fascinerend.


Nu en dan ruik je de stank van de Benekluif fabriek, afhankelijk van de windrichting. Bijzonder goor.


Ik heb een fossiel gevonden, denk ik. Een steen met een pootafdruk. Ik ben er mee naar de faculteit Archeologie gegaan aan het Domplein. Daar zeggen ze dat het poot-patroon toeval is. Het is gewoon een steen. Heel erg jammer.

Ik weet nog dat ik Ida wijsmaakte dat er kaboutertjes bij (of onder?) het bed zitten door met mijn nagels over het behang te krabbelen.


Papa in zijn blootje op de trap. Mama vindt dat helemaal niet leuk want ik zou het kunnen zien. Papa moet lachen en rent de trap op. Ik zie nog net zijn blote achterkant. Raar hoor.



Binnen spelen en lezen

Bambino Bambino Hengelspel 6 spellen
Ganzenbord Wij hebben geen Lego, maar Bambino, een goedkoper materiaal, waarmee je ook kan bouwen. Het heeft ook daken en raampjes, ronde en vierkante stenen. We hebben ook blaasvoetbal, vlooienspel en hengelspel.
 Aan de hengel zit een magneetje waarmee je de ijzeren visjes kan vangen. Nogal stom.
 Met de 6-spellendoos hoefden we ons niet meer te vervelen.

Een fietslampje kan je laten branden door het met een elektriciteitsdraad te verbinden met een batterij. De plastic uiteindes van de draad worden weggebrand met een aansteker. Dat stinkt goed. Het verbrande plastic moet je dan snel tussen je nagels van het koperdraad verwijderen. Soms brand ik mijn vingers. De koperen draadjes moeten stevig in elkaar gedraaid worden.


Met een zakkammetje omwikkeld met vloeipapier muziek maken door er op te blazen. Geeft een grappig, prikkend gevoel aan mijn lippen.


We maken kettingen van kleurige, plastic schakels. Ze hebben de vorm van een rechthoekige O, maar met een kleine opening, waardoor je ze aan elkaar kan doen. Snoepje van de week?


Als het regende kan je het vlooienspel doen aan tafel. Wij hebben een paddestoelvormige pot. Deksel gaat eraf en de plastic 'vlooien' moet je één voor één door met een van de vlooien op een andere vlo te drukken in het potje laten springen. Dat valt niet mee op het dikke tafelkleed.


1845 Meccano Het 1845 verzekeringsspel spel. Een “wappertje” is een van de polissen. Van wie heb ik dit gekregen? Van een oom? Of opa B?
 Ik heb ook Meccano (of iets wat er heel erg op lijkt) en maak daar van alles mee. Zelfs een compleet, maar plat 'machinepistool'.

Dick Bos Bartje Kokliko Margrietboek Margrietboek

Papa leest graag de boekjes van Dik Bos en Lord Lister. Ik lees die van Dik Bos ook.
 Ik denk dat we van opa Budding de twee boeken van Bartje Kokliko kregen. Spannend!
 Het Margriet Groot Vakantieboek 1961 (nummer 9) met allerlei verhaaltjes en spelletjes.


Donald Duck B & B Mijn donaldducken lees ik opnieuw en opnieuw. Ik herinner me ook een strip van Oscar en Isidoor, 'De Berg der Verschrikking', maar die heb ik niet in mijn bezit (?)
 Van mama krijg ik de boekjes van Bulletje en Bonenstaak te lezen. Ik vind sommige verhalen heel griezelig. Vooral het stuk dat er hoofden afgehakt worden met een zwaard en de hoofden van de kaperkapitein en Bonestaak verwisselen van plaats. Het speelt in de tropen en de wonden genezen heel snel. Later moeten die hoofden weer omgeruild worden.


De boeken van Pietje Bell lees ik ook, tot vreugde van mama, want die heeft ze als kind ook gelezen. Het gaat over een jongetje uit Rotterdam dat streken uithaalt, maar een heel goed hart heeft (uiteraard).


De verhalen van Bruintje Beer lees ik geloof ik bij opa Budding – de herinnering is vaag.
 Ik heb ook een dun leerboekje Maleis in bruin geworden papier. En een boek over Nederlandse munten. En de kleine pocketatlas, het handboek van de soldaat, Meten is Weten en een fotoboek om judo en jiujitsu uit te leren. De judo oefen ik dan op bed.


boeken

Verder, een dik, gebonden boek met veel foto's. Gaat het enkel over voetbal? Ik verwar het misschien met een ander dik boek, een soort encyclopedie in een boek, niet alfabetisch (?)


Dan heb ik nog een boek over het verhaal van een jongetje met zwarte krullen. Ik wou dat ik de titel wist. Heb het heel lang niet willen lezen, want het leek me saai. Blijkt toch een heel goed en ontroerend boek te zijn. Heb het gekregen van een tante of van Christine?


Karl May: De schat in het Zilvermeer, Old Shatterhand, Het geheim van Old Surehand, Winnetoe. Arendsoog en Witte Veder. Ik ben dol op indianen. Van de Proost/Sleutel-reeks lees ik 'Indianen en het oude westen' (en 'Voorhistorische dieren') en ik lees ook de Laatste der Mohikanen in een soort stripuitvoering.


boeken

Ik lees ook Kazan, de wolfshond. Het zijn eigenlijk boekjes van mama, die meestal 'historische romans' leest, zoals de serie 'Angélique'.


boeken

ontstaan maan boeken

Ik herinner mij ook nog een boekje over het ontstaan van de maan, geschreven door 'Aerodilletant', verder een groot boek over de aarde, gekregen van opa Haarmans en een boek over de cel uit de serie Parool / Life, maar het kan best zijn dat ik dat boek pas veel later kreeg of zelf gekocht heb.


Ben ik al bij de bibliotheek? Zo ja, dan lees ik de boekjes van De Vijf en een aantal van Jules Verne uit de blauwe reeks.


De rieten poppenwagen van Ida. Ik herinner me ook de dekentjes en het instoppen van de pop.


zaklamp Mijn militaire, groene zaklantaarn. Je kan er ook morse mee seinen. Ergens herinner ik mij ook een zilverkleurige zaklantaarn die gekleurd licht kan laten schijnen, maar misschien ben ik in de war met een ballpoint met verschillende kleuren inkt?


Papa kan goed vliegtuigjes van papier maken. Simpele, die ik ook kan vouwen en één die wat ingewikkelder is en uit twee stukken papier gemaakt wordt. Klepperen met houten plankjes tussen de vingers. Niet gemakkelijk! Papa kan het ook met een lepel op zijn been. Er is ook klepperliedje: “Klepperde, klepperde, klep klep klep, 'k ben zo blij dat ik ze heb”.


Van een krant kan je een driehoekige 'klapper' maken. Door de klapper uit te slaan krijg je een knal.


En papa kan goochelen. Met kaarten. En hij kan uit zijn vingers rook laten komen. Hij heeft daarmee veel succes op familiefeestjes. Na lang zeuren heeft hij mij verteld hoe je dat doet. Hij laat me ook zien hoe je een munt kan laten verdwijnen met een glas en een stuk wit papier. En hoe je een munt kan laten bewegen over een tafel zonder aan te raken. Het werkt met een magneetje onder de tafel. Fred Kaps is de beste vindt papa.


En papa kan ook flauw doen: “trek eens aan mijn vinger”. Mama roept dan: “Wil toch!”


Hij zegt soms: “They seek him here, they seek him there, they seek him everywhere.” Komt uit de film de Rode Pimpernel. Nog een vaste uitspraak is :”Henri de Lagardère is niet dood, hij leeft!”. Ook dit komt uit een film of boek.


Ik teken heel graag. Ivanhoe natekenen. Ik heb een boek over 'koptekenen” en ik teken de voorbeelden na. Papa en mama vinden het geweldig en ik moet ze dan ook laten zien als er visite is. Ik vind dat niet leuk en voel me opgelaten. Ik wil niet 'opzitten en pootjes geven'. En natuurlijk vind ik het tegelijkertijd wel leuk...


Ik heb ook een doos Japanse pastelkrijtjes. Ik bestudeer vaak de Japanse tekens op de doos. Ik heb ook Wasco, maar vind dat een stuk minder prettig om mee te werken. De pastelkrijtjes hebben een aparte, wat zurige geur. Ik zie ook mijn houten tekendoos en kleurpotloden die regelmatig breken en opnieuw geslepen moeten worden. De geur van potloodslijpsel.


7-up Dopjes van 7-Up sparen, althans de plastieken rondjes die onder de dop zitten. Bij een bepaald aantal kan je ze inruilen. Met mama naar toegegaan. Ik krijg er twee ribbelhologrammen voor (en een poster of krijg ik die later?) en dat valt een beetje tegen...


In het Utrechts Nieuwsblad lees ik graag elke zaterdag “Logboek der Wetenschap”, die ik uitknip en ik knip ook elke vrijdag en zaterdag het stukje uit over “De Rusteloze Aarde” (begint op vrijdag 1 december 1962).


rusteloze aarde

Suikerzakjes sparen. Je krijgt die ook bij de Blue Band (wij zeggen 'bleuband'). Die van de Chinees zijn interessant, want dan kan ik de karakters met elkaar vergelijken om te kunnen raden wat ze betekenen.


Suikerzakjes

Speldjes gaan in een blikje van Willem II sigaren. Sigarenbandjes sparen. Munten en bankbiljetten sparen. Ik krijg ze soms van papa die hij in kleren vindt in de stomerij. Ze gaan in een blauw langwerpig blik met gleuven in het deksel. Ik heb een duit uit Overyssel uit 1768. Een briefje van 20 Braziliaanse cruzeiros. Oorlogsgeld van zink. Een halve cent, 2½ cent. Ik heb sommige munten ook schoongemaakt met Vim of koperpoets.


money

Ook wrijf ik mijn munten af met potlood in het 'grote (groene) boek'. Daar staan ook Maleise woorden in ('doewa poeloe lima sen') en een zelf geschreven verhaaltje in het Maleis. Het boek heeft een groen-zwart gespikkelde kaft. Ik teken alle Duckstadfiguurtjes in het boek in categorieën per dier: eenden, honden, enz.. Ik probeer ook te typen op een kleine, tweedehandse typemachine die werd afgesloten met een metalen deksel en probeer allerlei handschriften uit en oefen mijn handtekening.


Ida en ik krijgen elk een goudvis in een ronde vissenkom. Ik geef de mijne veel te veel voer en de vis gaat dood. Ik herinner me nog vaag de winkel aan de Westerkade waar de vissen gekocht zijn. Onze vissenkommen staan in de ingebouwde kasten waar de uitschuifdeuren zitten.


Eten

beleg Wat eten we zoal. Op brood. Eerst een boterham met hartig: kaas, smeerkaas, cervelaatworst, leverworst, gekookte worst, leverkaas, leverpastei, bloedworst, Vocking, balkenbrij. Dan met zoet: hagelslag, vruchtenhagel, vlokken, bruine suiker (de klonten apart eten), gewone suiker, gele basterd, huishoudstroop, aardbeienjam, kersenjam, gestampte muisjes ('vim'), Pastachoca, Bebogeen, speculaas, chocolade-boter.

We mogen geen boterham eten met roomboter én kaas, wel met margarine en kaas. Brood was gelukkig nooit een probleem. Kaas moet met de kaasschaaf gedaan worden. Dunne plakjes! “Het geld groeit me niet op mijn rug!” En een mes mag je niet aflikken, veel te gevaarlijk.


servies Brood moet ook met vork en mes gegeten worden. Niet samenvouwen en zo in je mond steken! En de korstjes moeten ook gegeten worden. Net als het kapje. Lekker met boter en suiker. We drinken er thee bij of gekookte melk (met vel) of karnemelk. Soms hebben we ontbijtkoek, lekker met een beetje boter.


Ik herinner me kapucijners met uitgebakken spek, bloemkool met witte maizena saus, bietjes met gebakken vis, sla met tomaat en ei. Andijvie, rode kool met gebakken bloedworst, draadjesvlees, worteltjes met vis, koolraapjes. Postelein, waarvan mama zegt dat het spinazie is, maar ik proef duidelijk dat dat niet waar is. Zuurkool- of boerenkool-stamppot met (veel te klein) stukje rookworst. Sperzieboontjes met rollade. Varkenskarbonade, appelmoes, hutspot, erwtensoep. Vermicellisoep. Pannenkoeken met stroop, we mogen onze naam schrijven met de stroop. Die moet je behendig om een lepel draaien om niet te veel te druipen. Hachee, dat smaakt ook altijd. Mama vertelt dat ze als kind graag 'hachee zonder uien' wilde.


Gehaktballen maken. Mama maakt zelf paneermeel door twee beschuiten tegen elkaar te wrijven. Soms mogen we proeven van het rauwe, gekruide gehakt (misschien niet voor niets dat we wel eens 'wormpjes' hebben...). Als toetje: chocoladepudding, vanillecustard (met vel!), aalbesjes met suiker, kersen, wentelteefjes, yoghurt met suiker, griesmeel, havermoutpap met stroop (mogen we ook onze naam in schrijven)


Vaak is het drama aan tafel omdat ik of Ida iets niet lust. Ik moet het toch opeten, desnoods alleen in de keuken. Daar doe ik er dan suiker over en schrok het zonder te proeven naar binnen. Of anders krijg ik het de volgende dag weer. Zaterdags eten we vaak patat of nasi goreng.



Wij zijn “ondankbare kinderen die niet weten wat honger is”. Het zit ze duidelijk hoog. We moeten altijd ons bord leeg eten. Mama tikt met haar mes op ons bord als we niet dooreten. We krijgen ook een tik als we iets zeggen wat niet mag en mogen alleen van tafel af als iedereen klaar is. En alleen papa lust tuinbonen en omdat mama dat niet lust hoeven wij het ook niet te eten.


Op een gegeven moment mogen wij ons eten niet meer prakken. Dat is voor kleine kindjes. Heb ik heel erg aan moeten wennen. Vooral spinazie heb ik nog heel lang geprakt.


Zondagochtend als papa en mama uitslapen mogen we zelf ons ontbijt maken. Ik doe dan van alles door elkaar om te zien of er iets eetbaars ontstaat. Ida zegt dat ik er wel eens ziek van geworden ben, maar dat weet ik niet meer.


Radio, TV, Muziek


testbeeld Ik denk dat we in de Pasteurstraat ook onze eerste televisie krijgen. We kijken woensdag naar tante Hannie en zwaaien terug.

4 veren Zaterdags Pipo de Clown. De eerste keer komen we terecht op het eind van het verhaal met de slaapridder Barbarin (Frits Butselaar - “bijlo en bijla” - Pipo en het zingende zwaard). Ik herinner me nog de kreet “ai, ai, ai de bibberhaai”, wat uit een ouder Pipo-programma komt. Swiebertje is er ook al. Lassie en Dorus (Saint Germain des Prés), Wie van de Drie, Ivanhoe, Rawhide. Ook fantastisch is 'Vier Veren Waterval', wat door de VARA wordt uitgezonden. Alle afleveringen kun je hier zien. Wanneer de tv aangaat worden de gordijnen dicht gedaan en gaan mama en papa vaak slapen, zegt Ida. Als je de tv te vroeg aandoet zie je eerst sneeuw en daarna een kwartier lang het testbeeld. Dan komt er geloof ik een klok en dan begint het programma pas.


Verder op de radio: Moeders wil is wet. Kleutertje luister, Ochtendgymnastiek en Arbeidsvitaminen. Paulus de Boskabouter met Eucalypta en Gregorius de das die altijd slaap heeft.


Cocktail Trio

Muziek: Anna, een grammofoonplaat met geel label. Happy José en Midnight in Moscow. Het Cocktail Trio met Batje Vier, enz. Op de radio: Musidenn, Falderie Faldera, Nooit op Zondag, Patsy. Het thema van de Derde Man. Bona sera. Tanzen mit mir in den Morgen. Zwei kleine Italiener. Banjo Boy. Weisse Rosen aus Athen.



Buiten spelen en op bezoek


Madeliefjes plukken in het parkje aan de Catharijnesingel met Ida. In dat park is ook een plekje waar groot hoefblad groeit. De bladeren zijn net zo groot als ikzelf. Ik vind het maar griezelig.


Aan het eind van de straat de ingang met portier van het Stads Academisch Ziekenhuis Utrecht (SAZU). Ik ga vaak naar gevallen klein geld zoeken onder aan de rand van het portiersgebouwtje. Het kan zijn dat de portiersloge gebouwd wordt terwijl wij er wonen.


Spelen op het SAZU-terrein. Stiekem. Er liggen grote buizen met een soort isolatiekalklaag er omheen. Het ruikt er eigenaardig en er is ook goed stoepkrijt te vinden. Ik denk dat we dat toch maar één of twee keer gedaan hebben.


Nog verder richting school kan je door de ramen beneden mensen zien werken in laboratoria. Ik vind dat fascinerend. Dat wil ik wel worden: onderzoeker, uitvinder. Politieman heb ik ook willen worden, tot ik verneem dat je daarvoor op internaat moet... Stratenmaker is ook een optie geweest, de hele dag scheppen en in het zand spelen! En Indiaan!


Naast de school staat verderop het postkantoor. Daar kan je op zondag met de postkarren spelen. Voor het postkantoor is een schuin aflopend plein. Dan gaat het lekker hard. Aan de andere kant, naast het park van mijn school staat de huishoudschool. Ik herinner me dat er in de winter ijs op de ronde vijver ligt achter de poort van de school. Je kan er niet bij door de hekken. Het zal op zondag geweest zijn.


In de lantaarnpaal in onze straat klimmen. Helemaal tot bij de lamp. Onze rode autoped die we samen delen. Steppen op de Catharijnesingel. Rondjes doen rond het blok. Ik een paar keer en dan is Ida aan de beurt. Rolschaatsen heb ik ook.


Zoveel mogelijk nummerborden van auto's opschrijven in een schrift. Ik weet niet waarom.


loopton Bij het Springweg / Tuinstraat is een grote, door schuttingen en muren omgeven speeltuin. Op de muren zijn o.a. Disney-figuren getekend. Bij de Merwedekade is een nog grotere speeltuin: Wijkspeeltuin De Boog. Ik herinner me zo'n grote loopton, waar grote jongens het altijd te hard laten gaan. Levensgevaarlijk. Net als de familieschommel. De jongens die staand op de uiteinden staan jagen het ding veel te hard en je kan er niet af. Moet ik Ida meenemen?


bus In de zomer met de bus naar natuurbad Mooi Zeist, het openluchtzwembad. Opstapplaats tegenover het station met de groene NBM-bus, maar volgens Ida was het vlakbij ons huis op de singel... Ik herinner me de voetbaden met douches, de geur van water op steen. Het meertje helemaal in de diepte van het zandduin. Daar zwemt Ida en ik ook soms voor de gezelligheid. Er is ook een echt zwembad, waar papa en mama gaan zwemmen en ik doe daar net alsof ik ook zwemmen kan (met mijn handen 'lopend' over de bodem). Van het duin afrollen. 



ascot logo Op weg naar Mooi Zeist komen we via de Berekeuil langs de Bilt, waar papa bij de Ascot stomerij werkt. Ik ben daar eens met mama langs geweest en herinner me een lawaaierige plek vol stoom waar mannen met ontbloot bovenlijf aan het werk zijn. Je kan zien dat het zwaar werk is. Ik ben wel trots op mijn papa. De baas van de stomerij heet Botterman. Papa heeft niet veel lof voor de man.


Ik heb ooit een rood met wit vliegtuigje gehad dat je als een vlieger kon oplaten. De vleugels draaiden rond in de wind en maken geluid. Een keer heb ik ook een echte vlieger gehad. Zelf gemaakt met papa samen. Vliegerpapier, stokjes, een staart en veel touw dat opgebonden wordt op een draaiklos of is het gewoon op een stok? De vlieger leeft niet lang helaas... Daarna ben ik veel te teleurgesteld om het nog eens te proberen.


“Landje pik” speel je met meerdere kinderen en een zakmes. Eerst teken je een rechthoek af. Die wordt door midden gedeeld. Omstebeurt gooien met het mes in de rechthoek. Waar het mes neerkomt wordt een lijn getrokken. Wie na een tijd het grootste stuk overhoudt heeft gewonnen.


De meisjes gaan touwtjespringen en zingen daar liedjes bij: “in spring de bocht gaat in, uit spuit de bocht gaat uit”. Omstebeurt springen ze in het touw. Soms zelfs met twee touwen tegelijk.


Op mijn eentje touwtjespringen doe ik wel eens, maar ik ben er niet goed in.


Meisjes doen ook 'Handje klap'. Er wordt bij gezongen. Een heel bekend liedje is: “Papegaaitje leef je nog? Ija deeja. Ja meneer ik ben er nog. Ija deeja. K'heb mijn eten opgegeten en mijn drinken laten staan. Ija deeja, poef!”. Er wordt op verschillende manieren met de handen tegen elkaar geklapt. Er is veel oefening voor nodig om het geklap goed gelijk te laten verlopen.


hinkelen Ook voor de meisjes is hinkelen. Ze tekenen met krijt een hinkelbaan. De hinkelbaan is in genummerde vakjes verdeeld. Je springt op één been in het eerste vakje en hinkelt dan op één en hetzelfde been verder naar de volgende vakjes. In het laatste vak (of vakjes) mag je met twee benen staan om om te draaien. Als je op het verkeerde vakje hinkelt, of op een lijn of buiten de vakken terechtkomt, ben je “af”. Iemand anders is dan de aan de beurt. Het hinkelen heeft veel varianten. Er wordt soms ook een steentje of een krijtje gebruikt. Dit gooi je dan in het eerste vakje. Daarna spring je met één been in het tweede vakje. Dan maakt je de hinkelbaan af door van vakje naar vakje te hinkelen. Op de terugweg moet je, op één been staande, het krijtje uit het vakje pakken en over dat vakje heen springen. Dan heb je de baan “gehaald”. Dan gooi je het krijtje in het tweede vakje en doe je weer hetzelfde.


Ik heb dit stukje over het hinkelen gekopieerd van het web, want ik snapte er toen eigenlijk niks van. Het is een 'stom' meidenspel. Net als kaatseballen, ook stom (vooral omdat het mij niet lukt). Ze zingen er een liedje bij: “Karel 1, brak zijn been, Karel 2……………… t/m Karel 20”.


punniken En punniken is ook voor meisjes. Zo'n paddenstoel met metalen dingetjes erop waar een koord mee geregen wordt. Veel meisjes doen ook in groep handstand tegen de muur. Ook hier ontgaat het waarom me compleet.


Tikkertje of krijgertje wordt vooral op het schoolplein gespeeld. Van te voren wordt via een aftelversje bepaald wie 'm is (“ikke pikke porretje, de meester heeft een snorretje, de meester heeft een sik, af ben ik”). Daar wordt dikwijls bij gefraudeerd en dan moet het weer opnieuw. Floeptikkie is een variant. Je kan niet getikt worden als je snel 'Floep' roept. Ook daar wordt natuurlijk oneerlijk mee gedaan. Op het schoolplein spelen we ook “voetje van de vloer” en bokspringen. Ook 'stand in de mand' wordt gespeeld. Je moet de bal vangen als je naam genoemd wordt: “Stand in de mand voor Tonnie!”


Verstoppertje doen we zowel in huis als buiten. Er moet afgeteld worden tot 10 of langer door degene die 'm is. Papa kan zich heel goed verstoppen.

pijltjes En natuurlijk pijltjes schieten. Met een plastic elektriciteitsbuis. Een tijdschrift wordt in mooie velletjes geknipt. De velletjes gaan tussen de broeksriem. Van zo'n velletje papier wordt een puntige pijl gerold, die precies breed genoeg moet zijn om goed in de buis te passen. Het bovenste stukje wordt eraf gescheurd als de pijl te groot is. Dan op de buis blazen. Wanneer ze niet goed met spuug vastgekleefd zijn, rollen ze in de buis af en dan is de buis verstopt. Het is soms moeilijk om die er dan weer uit te krijgen. Sommige jongens hebben hun schiettuig heel stoer gemaakt door met elastiek er luciferdozen aan vast te maken, zodat je het daar kan vastpakken. Soms hebben ze zelfs twee buizen in zo'n constructie. We proberen vooral door open raampjes te schieten of andere moeilijke doelen te bereiken.


kop en schotel Kop en schotel maken. Je neemt een stuk touw en knoopt de einden aan elkaar vast zodat je het touwtje met twee handen tegenover elkaar tussen pinken en duimen kan houden. Door met de vingers herhaaldelijk in te steken en lussen op te nemen en te laten schieten ontstaan er patronen als bij een haakwerk. Er is bijvoorbeeld het “visnetje”, een “parachute”, een “kop en schotel” en een “bank”. Zelfs de “Eiffeltoren”. Je kan ook een tweede persoon het touwtje laten “overnemen”. Dan gaat het haakwerkje op zijn of haar handen over.


Een zoemtouw maken. Een touwtje wordt door twee gaatjes van een knoop gestoken. De einden van het touwtje worden dichtgebonden. De knoop wordt naar het midden van het touwtje geschoven. Vervolgens doe je het touwtje om de middelvinger van elke hand. Door de knoop rond te laten slingeren wind je het touwtje op. Als het genoeg was opgewonden bewoog je beide handen van elkaar af en weer naar elkaar toe en de knoop gaat dan heen en weer draaien. Dit maakt een zoemend geluid. We laten zo'n draaiende knoop soms voorzichtig tegen een vensterglas komen en dat geeft weer een ander geluidseffect.


En kijkdozen maken. Een schoenendoos van binnen inrichten met allerlei plakwerkjes. In de korte zijkant komt een gat bedekt met rood doorzichtig papier. En dan rond gaan om te laten kijken. Soms vragen we er geld voor. “Wilt u in mijn kijkdoos kijken?”


Ik weet niet meer of er geknikkerd wordt. Ik kan het me niet herinneren. Wel hoepelen met een fietswiel. Je jaagt het wiel voort door er met een stok tegen te slaan, maar ook deze herinnering is vaag of heb ik het verzonnen? Met een kleine metalen k(l)ikker kan je op de zenuwen werken van de mensen om je heen.


Rond draaien als een derwish. De wereld draait om me heen, ik sta stil. Als ik stop kan ik het best plat op de grond liggen om niet duizelig te worden.


padvindersfluit padvindersriem Ze willen dat ik bij de padvinderij ga, maar ik ben daar te verlegen voor. Ik ben veel te bang voor ruwe kinderen. Maar zo'n padvindersriem vind ik wel stoer en die kan je zo kopen. Ik heb ook een padvindersfluit.


We zijn eens bij vrienden langs geweest in een huis of flatwoning aan de Graadt van Roggenweg. Ik geloof dat de moeder Indisch was en haar kinderen 'halfbloedjes'. Mogelijk kende ons vader die mensen uit zijn tijd in Indië. Ik herinner dat ik daar speelde met de kop van een etalagepop. Ik wilde indruk maken, maar het was ook griezelig.


Ik heb cowboyspullen gekregen voor Sinterklaas of verjaardag: groene hoed, riem met holster en chroomkleurig pistool. De hoed heb ik nog jaren gehad.
 Cowboytje spelen. Pistolen met klappertjes. Een jongen heeft een heel echt uitziend geweer. Ik ben jaloers. In de portieken en achter auto's schuilen en op elkaar schieten. Dood vallen, even blijven liggen en weer opstaan. Klappertjes koop ik in een speelgoedwinkel aan het Springweg. Je kunt daar ook plakplaatjes kopen die je op je arm of hand voorzichtig kan afwrijven. Stiekem koop ik daar eens een pistool voor 1 gulden. Voel me heel schuldig, want het is me expliciet verboden. Voor straf geloof ik.


hoed klappertjes klappertjes

De Melkbrigade. Ik heb een kaart met daarop hokjes met lege melkglazen (het 'logboek'). Elke dag moet je een glas melk drinken en dan een streepje zetten in het glas op de kaart. Maar dat duurt me veel te lang. Ik heb ze in één keer allemaal vol getekend. Pure fraude en ik voel me daar schuldig om. Ik zie me nog in de gordijnen staan met die kaart in mijn hand. Na het opsturen krijg ik mijn mouwembleem en fietsvlaggetje. Daar ging het om. Ik ben ook met mama naar Tivoli geweest. Er wordt een show opgevoerd voor alle M-brigadiers.


melkbrigade melkbrigade

Op het Springweg (?) woont een schoolvriendje die stapels Suskes en Wiskes heeft. De originele, in één kleur, afwisselend zwart en rood. We lezen die terwijl de strips overal om ons heen op de grond liggen, dat zou bij ons thuis niet mogen.


Er komen soms straatzangers door de straat. De mensen gooien geld naar beneden. Ook bloemen worden op straat verkocht. Ze roepen luid de prijzen.


raketjes Raketjes hoog in de lucht gooien. Je moet er een klappertje in doen. Een knal als ze op de straat terecht komen. Of met een fietsbel met luciferkruit en een schroef in het schroefgaatje tegen de muur slaan. Papa wordt heel boos want het kan ontploffen en dan ben je je hand kwijt. Nooit meer gedaan.


Hutten maken. Bij de 'muurtjes' en in het parkje voorbij de HBS.


Vuur stoken. Uren lang de straten 'afschumen' op zoek naar lucifers en een schrabbetje. Een keer ligt er bij de hut in het parkje aan de Catharijnesingel zakken met houtwol. In de hut gelegd. Al gauw gaan er katten in pissen. Ik heb de houtwol in brand gestoken. Loopt uit de hand. Ben bang weggestept. Wanneer ik terugkom is de brandweer al aan het blussen. Ik ben bang dat ze te weten komen dat ik dat gedaan heb. Ik heb trouwens daarna (of was het daarvoor?) nog eens per ongeluk een bosje bij de HBS in brand gestoken.


Als er geen lucifers te vinden zijn dan kan je vuur stoken met een brandglas. Ook leuk om op veters te doen. Die stinken goed.


In datzelfde parkje rechts tegen de muur heb ik eens blauwe druifjes gezien, zomaar in het wild. Ik vind het verbazingwekkend. En in het Moreelse park aan de andere kant van de muurtjes staat een walnotenboom. Ik durf er toch niet van te eten.


Op de hoek van de Nic. Beetstraat en de Catharijnesingel wordt een gebouw neergezet. Een diepe kuil, betonvlechtwerk, heipalen. Ik volg het gebeuren elke dag als ik naar school ga.


Achter de Catharijnesingel wordt een weg opnieuw aangelegd en geasfalteerd, het Geertebolwerk. Een bulldozer rijdt het nieuwe asfalt plat. Het gaat razend snel.


histor Ik heb een week of zo gelogeerd bij ome ('Zwarte') Henk en tante Doortje in Alphen aan de Rijn (papa en mama zijn op vakantie denk ik). Hun dochter heet Sylvia. Ik mag meewerken in de Histor verffabriek. Ik moet iets met tubes plamuur doen en ze in doosjes leggen. Ik herinner me ook dat ik daar aan tafel met de Bambino speel en dat ik geen één keer gestoord wordt. Er is ook een grote tuin met een konijn en ik vind een klavertje 4. Ik vind het niet leuk dat ik zo weinig betaald krijg wanneer papa en mama mij komen halen. Iets van 4 gulden zoveel. Zelfs als klein kind snap ik dat dat niet klopt. Ik heb er serieus gewerkt!


Heeft ome Henk voor mij ook een tomahawk gemaakt? Of was dat iemand anders? In ieder geval is het ding door het hakken in bomen (terwijl ik achter op de fiets zit) al ingescheurd voor we thuis zijn.


Met de trein naar familie. Ik kijk door het raampje naar buiten. Daar zie ik huizen en kinderen op straat spelen. Een vreemd gevoel overvalt me. Ik ken die mensen niet en toch bestaan ze. Hele levens razen voorbij in een paar seconden!


KI Bij opa en oma Haarmans lezen ze de 'Katholieke Illustratie'. Dat wordt later de ''Revue' en nog later de 'Nieuwe Revue'. Ze wonen in een nieuwbouwhuis in Oog en Al. We komen daar vaak op zondag en vervelen ons dood als we niet buiten mogen spelen. Tegenover het huis van opa en oma is een groot ruig terrein. We noemen het de 'Rimboe' en spelen daar. Ik krijg er vaak het 'Snoepje van de week'.


Een lange broek van 'Terlenka' kopen. En een (zondagse) sjaal moet van 'mohair'wol gemaakt zijn.


30 april Koninginnedag. Een vlag kopen met oranje steel en knop. Naar de optocht in de binnenstad.


Als ik buiten speel kan ik gemakkelijk naar binnen omdat het slot verbonden is met een touwtje dat door de brievenbus naar buiten hangt. Als je er aan trekt gaat de deur open. Als iedereen binnen is wordt het touwtje ook naar binnen gehaald.


Ik loop soms lange afstanden door de hele stad, vaak met mijn vriend van de bakker. Een keer tot helemaal op de Amsterdamse Straatweg. Er is ook nog sprake van dat we in een hoog gebouw naar de bovenste verdieping gaan. Hebben we op het dak gestaan of alleen Hupie? Kan best dat Ida daar ook bij is. Papa en mama vinden dat niet goed.


Er rijden heel kleine, druppelvormige autootjes rond die aan de voorkant opengemaakt moeten worden. We noemen ze 'Goggomobiel', maar in werkelijkheid zien die er anders uit.


Aan de overkant van de Catharijnesingel heb je het Lange Rozendaal en andere kleine straatjes. De mensen leven er op straat en zitten op stoelen buiten. Er wordt heel plat gepraat, hemdjes uit de broek en veel snotneusjes. Wij noemen die kinderen 'schoffies' en mogen ons beslist niet zo gedragen of net zo plat praten. De mensen in die 'achterbuurt' zijn ook heel trots op hun buurt en dulden geen indringers. Ik ben best wel bang voor die mensen. Ik ga liever een straatje om.


Winkels: Schuurman, Lubro, Ruteck's, Gerzon, Lampe, de Spar, COOP, de Gruiter, Simon de Wit, Hema, V&D, C&A. 


Lubro Rutecks

Merken: Bros, Hofnar, Akkertjes, Halitran, Wajang, Sunil, Agré-Gola, Chefarine4, Wiebertjes, Green Spot, Anton Hunnink rookworst, Molenaars kindermeel, Kwatta, Joy, Sisi, Solex, Berini, Van Houten chocolade, Fosco. Rollo's. King pepermunt. Rollen zoute drop. Rang zuurtjes, oranje en gele. Italiano. Stophoest van RedBand. Potter's Linea.


Italiano Potters fosco

Vakantie

Ik heb een vage herinnering van een bezoek aan het grachten en riolensysteem in Utrecht. Blijkbaar was opa Haarmans daar ook bij.

Ik heb een koehoorn-toeter. Ik geloof dat ik die gekregen heb van papa en mama toen ze thuiskwamen van een vakantie, maar ik weet het niet meer. Zij gaan voor het eerst samen op vakantie naar Zuid-Limburg, België en Luxemburg (ik herinner me de naam 'Bastogne'). Ben ik dan uit logeren bij ome Henk en tante Doortje of is dat later? Ida logeert bij ome Jan en tante Ineke.


Onze eerste vakantie naar Harderwijk. Het regent de hele week. We slapen in een houten huisje. Eten doen we in een lang kantinegebouw. Er moet via corveebeurten door de vakantiegangers zelf afgewassen worden. Papa haat het en noemt het “'t Lompenpakhuis”. Het stadje Giethoorn hebben we ook bezocht. Er is daar een winkel met stenen en mineralen: de 'Oude Aarde'. Ik weet nog wel dat als het even droog is dat papa en ik voetballen. We raken daar ook bevriend met andere lotgenoten: de familie Jansen (?) uit Nijmegen. Ze hebben twee zonen, waarvan de oudste van mijn leeftijd is.


Later gaan we wel met het hele gezin op vakantie naar Valkenburg. Raar is dat ik niet meer goed weet waar we dan wonen. Aan de twee fotootjes te zien moet dat toch wel in de periode Pasteurstraat zijn en/of Cromwijcklaan. Anyway, we logeren de latere keren in een hotel in Houtem-St-Gerlach, niet ver van Valkenburg. Ik herinner me dat we daar bediend worden bij het eten en dat we soep krijgen. Vaak soep die we thuis nooit krijgen en dus vreemd smaakt. Bloemkoolsoep. Ik leer een beetje biljarten van papa en ben dol op de repen Jacques chocolade, die er in een heleboel smaken te krijgen zijn. We bezoeken de grotten van Valkenburg. In één van die grotten hebben ze ooit tekeningen van dinosauriërs gemaakt. De student die de rondleiding doet weet er niet veel van. Hij geeft een Stegosaurus de verkeerde naam en ik zeg dat. De stommeling blijft volhouden en kan er niet tegen dat hij door een jongetje van 10, 11 overtroeft wordt. Ik ben ook constant op zoek naar leuke steentjes, die misschien wel fossielen kunnen zijn.


We bezoeken Spa. Het water dat ik drink in een fontein smaakt naar ijzer. Ik herinner me ook de rots van Dinant, waarop een vliegtuig staat uit de oorlog. 


Monschau met zijn vakwerkhuizen bezoeken we ook. Maar hoe vervoeren we ons? Met een reisbus? Volgens Ida met de trein, maar ik weet het niet meer.


In Valkenburg gaan we een keer naar een middagvoorstelling. Onder andere Trea Dobs treedt er op met haar 'Ploem Ploem Jenka'.


Op een van die vakanties logeren Ida en ik in de dependance aan de overkant. We moeten samen in één bed. Ik ben er ook heel erg ziek geweest. Waarschijnlijk een salmonella-infectie door het eten van een kroket.


Ik ben nog een keer ziek geweest na het eten van een rookworst en een ritje op een kabelbaan. Waar weet ik niet meer precies. Misschien de watervallen van Coo, of was het ergens in Duitsland?


Tijdens een van die tochten maken we kennis met de familie Pot uit Amsterdam. Ze hebben een dochter die Mary heet. Zij heet Rietje en hij heet ook Willem, net als papa. Willem Pot is een grote man en Rietje is een klein mager vrouwtje met donker haar. Ze hebben veel humor en staan op de Albert Kuip-markt met fruit. Ik herinner me dat we daar ook thuis zijn geweest.


Ik herinner me ook een wandelstok bedekt met metalen souvenirplaatjes die ik overal krijg. En het zwembad van Valkenburg. Ik lig in het gras bij het zwembad en het liedje 'Paradiso' of 'Brandend Zand' van Anneke Grönloh schalt door de luidsprekers. Ik voel me heel goed en relaxed.