Engelandlaan

1969 - 1970 Engelandlaan 354, Haarlem

De woning op de Engelandlaan is in een flatgebouw. Het is best een luxe flat. Er zijn ook nieuwe meubels, zoals een grote groene relaxstoel met geelkoperen asbak over een van de leuningen, een staande asbak, een stereomeubel en een groot wandmeubel. Ik herinner me ook een houten speeldoos waar sigaretten in gingen op een ronde tafel met massieve poot.

tomado Mijn kamer krijgt Tomadorekjes om mijn boeken op te bergen. Het is een beetje koud en afstandelijk allemaal.

Een hele nare herinnering is het pak slaag dat Ida daar een keer krijgt. Waarom ze het krijgt weet ik niet meer, maar ze ziet alle hoeken van de gang. Het gaat er echt vreselijk aan toe.

Als we net in Haarlem wonen (december 1969) krijg ik een brief van W. dat ze het uitmaakt, omdat ze de druk van haar ouders niet meer kan weerstaan. Ben daar dagenlang kapot van. Steun van papa en mama krijg ik niet, behalve de opmerking dat er toch genoeg meisjes zijn ("Geen hand vol, maar een land vol"). Ze beschouwen het maar als een onvolwassen tienerliefde.

De vakantie is gevuld met examenfeestjes en trips naar de bungalow. Op een feestje ergens in de duinen leer ik L. kennen. Het klikt wel, vooral het praten. Meer dan zoenen wil ze niet en dat is ok. In Noordwijk aan Zee laten we ieder een penning maken met onze namen en de datum. Als we beiden weer naar huis zijn beginnen we een intense correspondentie, waarin we lief en leed delen.

Ergens in de buurt waar we wonen is er een gebouwtje waar ze wel een feestjes (van de ‘jeugdsoos’) doen. Ik ben er een keer binnen geweest. Ik ken niemand en ik durf geen meisjes te vragen om te dansen. Nooit meer terug geweest.

broodpan Vakantiewerk bij een bakker een paar kilometer verder in de buurt. Zaterdags om 4 uur beginnen. Gloeiend hete broden met de toppen van mijn vingers uit ‘pannen’ halen. Pannen inspuiten met vet. Een ‘knipbrood’ wordt gemaakt door effectief met een soort schaar in het deeg te knippen voor het de oven in gaat.

semafoon Papa en mama blijven gewoon in het bejaardenhuis in Heemstede werken. We hebben een semafoon die overal naar toe genomen wordt voor als er nood aan de man is. De semafoon is een groot en zwaar ding dat door middel van lampjes toont dat er wat aan de hand is en er gebeld moet worden.

Ik denk dat ik ze vanaf die tijd niet meer mama en papa noem maar pa en ma.

Schuin tegenover de flat is een bushalte, waarin op geregelde tijden een leuk meisje staat te wachten. Helemaal in de stijl van die tijd. Lang sluik haar met pony en een wit, ingevallen gezicht met grote ogen, minirok en laarzen.

ec Ik ga helemaal op in de undergroundcultuur. Mijn muzieksmaak is nu Pink Floyd, Led Zeppelin, Iron Butterfly, the Doors, Jefferson Airplane, etc. Ik probeer ook groepen als Frank Zappa, Captain Beefheart en Soft Machine goed te vinden, maar ik vind dat te jazzy en te weinig melodieus. Ik zie Easy Rider en raak geïnteresseerd in de drug-cultuur. Op een avond in het Electric Centre, het Provadja-centrum aan de Bakenessegracht waar de underground-scene van Haarlem bij elkaar komt neem ik voor het eerst een trek van een joint, en nog één, en nog één. Ik merk niks. Tot ik opsta om thee the gaan halen. Ineens overvalt het me. ‘A whole lotta love’ van Led Zeppelin staat op. Ik weet niet wat me overkomt, maar alles is anders, vreemd. Opstaan lijkt wel een half uur te duren, alles is vertraagd. Ik zie iemand zitten en even later is die persoon verdwenen. Alles loopt door elkaar en ik vind het vreselijk eng. De anderen in de kring zien eruit alsof er niets aan de hand is. Heb alleen ik dit? Ik ben bang dat ik gek ben geworden en dat het nooit meer overgaat. Er wordt besloten om naar buiten te gaan. Beneden in de concertruimte speelt Group 1850 psychedelische herrie. Flarden muziek. We lopen door de stad en gaan naar het station. Daar drinken we wat, maar het lukt me niet om te betalen. Ik kan niet meer tellen, wat heel grappig is. Gelukkig neemt het effect toch langzamerhand af. De rest van de avond zingen we in de portieken van de winkelstraat. Iemand heeft een gitaar bij. We zingen ‘Everybody must get stoned’ van Dylan en ‘I like marihuana’ van David Peel.

poster jas che Ik heb trouwens mijn nieuwe laarzen aan. Laarzen zijn hip in deze cultuur, maar helaas niet die van mij. De mijne glimmen en dat moet niet. Spaanse laarzen zijn je van het, maar behoorlijk duur, net als jassen met indiaanse franje, oude bontjassen, Afghaanse jassen en grote, slappe hoeden. Je moet trouwens je strakke corduroy-broek in je laarzen dragen, niet er overheen. De ‘chicks’ gebruiken veel kohl en patchoeli. Lang sluik haar. Mager. Jassen of poncho’s gemaakt van tafelkleden. De mensen met kort haar, de rest van de wereld dus, vinden we ‘square’, ‘zulthoofden’, kortzichtig. In feite gedragen wij, hippe freaks, het ‘langharig werkschuw tuig’, zich behoorlijk elitair. Wij vinden dingen ‘helemaal te gek’, ‘te wow man’ of ‘too much’. In het Centre hangt een poster waarop staat: “Weet je hoe te trippen? Ben je aan het afkicken of wil je van de shit naar de O?”. Andere kreten zijn: “Speed kills”. “Silence, Tranquility & Peace”. Ik wil er zóóó graag bij horen...

hitweek fritz OVS Elke 14 dagen koop ik een Hitweek, wat al gauw Aloha gaat heten. Er staat onder andere een rubriek in met de ‘dokters-adviezen’ (eerst van ‘Marjolein’, later van een ander) over drugs, sex, etc. Ik heb nog een vraag beantwoord gehad over ‘mellow yellow’, de gedroogde binnenkant van bananenschillen die je zou kunnen roken. Ik heb dat geprobeerd, maar dat doet niks. De dokter schrijft dat dat klopt, je krijgt er hooguit koppijn van. Aloha wordt ook het lijfblad van de Oranje Vrijstaat en de Kabouter-beweging van ex-provo’s Roel van Duijn en Robert Jasper Grootveld. Ik vind dat allemaal prachtig. Mama niet. Zij gooit eens een hele stapel weg van dat “vieze blaadje”. Het lijflied van de kabouters is ‘De uil zit in de olmen, bij het vallen van de nacht’. Naast Aloha koop ik ook soms het Engelse ‘International Times’ of ‘Rolling Stone’. Behalve de film ‘Easy Rider’ zijn ook ‘Fritz the Cat’ en later ‘Woodstock’ belangrijk voor mij in die tijd.

it

Ondanks de angstgevoelens van mijn eerste ervaring met cannabis, blijf ik het toch reuze interessant vinden. Ik heb via een gast van school, die ‘Borrel’ genoemd wordt en een café in Beverwijk aan een stukje shit kunnen komen en rook daar ‘s avonds een joint van in mijn kamer. Het valt helemaal niet goed en ik loop naar buiten voor een wandeling. Ik ben zo stoned als een kruk en kan niet meer schatten hoever auto’s van me vandaan zijn als ik oversteek. Het gaat maar niet over en ik besluit om maar naar huis te gaan. Ik kom volledig overstuur en huilend van angst thuis. Papa wil dat ik het blokje hasj aan hem geef en ik moet beloven om voortaan van ‘die rotzooi’ af te blijven. Ik weet nog dat het spul verborgen wordt in de stenen bierpul in de wandkast. Ik heb het daar later nog per ongeluk teruggevonden.

koos Overigens worden wekelijks de prijzen van hasj en weed op de radio bekend gemaakt door de “beursberichten” van Koos Zwart in het programma ‘In de Rooie Haan’ van de VARA, terwijl het enkel illegaal gekocht kan worden en je iemand moet kennen die weet waar je het kan kopen.

Ik weet niet meer wanneer, maar op een gegeven moment krijgen auto-nummerborden, waarin de lettercombinatie BX voorkomt, een bijzondere betekenis. Ik cultiveer het vreemde bijgeloof dat nadat ik zo’n plaat gezien heb, de rest van de dag gunstig zal verlopen. Stiekem let ik er zelfs nu nog op.

elswout Het landgoed Elswout wordt één van mijn favoriete plekken om tot rust te komen. Heel dikwijls met een dikke joint achter mijn kiezen. Genieten van het warme, lome licht. De fluwelen, luxueuze uitstraling van de mossen. Rondlopen in een sprookje. Praktisch iedereen die ik liefheb neem ik er mee naar toe. Ik heb zelfs overwogen om naar de school op het terrein te gaan, gewoon om er continu te kunnen zijn. De Zocher landbouwschool is al lang gesloten, maar de Orangerie daarentegen is heropgebouwd en is nu een leuk restaurant.

elswout

Op een dag in de zomer van 1970 krijg ik een brief van W., mijn verkering. Ze maakt het uit onder druk van haar ouders. Ik ben er kapot van. Papa reageert met "Trek het je niet aan, meisjes genoeg. Geen hand vol maar een land vol". Dat helpt natuurlijk niet echt...

Ik weet niet meer hoe het komt, maar ik heb een half jaar of zo na de breuk toch weer een afspraakje met W. In het Electric Centre in Haarlem. We besluiten om het er nog eens op te wagen. Ik moet van W. wel mijn correspondentie met L. stoppen. Ik voel me daar volkomen onschuldig in maar stem toch toe.

We zijn beide nog steeds behoorlijk verlegen, maar besluiten om elkaar heel voorzichtig te verkennen. Uit angst voor zwangerschap gaan we niet tot het uiterste. Ik herinner me wel een afspraak bij de NVSH voor het krijgen van ‘de pil’. Dat ging niet door, omdat dat voorgeschreven moet worden door de huisarts (?) en dan zouden haar ouders het toch te weten komen. De paranoia is niet onterecht, want het blijkt later dat haar vader, die in het postkantoor van Zandvoort werkt, de brieven onderschept die ik haar schrijf. In één van die brieven heb ik het over stiekem trouwen in Schotland. Haar ouders gaan over de rooie en vinden dat het tijd is om een bezoek te brengen aan mijn ouders, die het hele geval belachelijk overdreven vinden. Ik woon op dat moment niet meer in Haarlem, maar in Obdam.

Vanuit Obdam ga ik met de trein naar Zandvoort. Mijn lief werkt na haar schooltijd bij een bank. Ze heeft ook nog bij de Heidemaatschappij in Haarlem gewerkt. Ik weet niet meer welke baan er eerst was.

Aan zee met haar familie die altijd aan dezelfde ‘paal’ op het strand liggen. De spanning is te snijden.

Koffie drinken op het terras van het ‘Kopertje’ aan het plein in Zandvoort. Ik heb trouwens nog eens gesolliciteerd in een restaurant daar. Mijn lange haar kan niet door de beugel. Dan niet.

Ik herinner me het bijna wanhopige zoeken naar plekjes om samen te kunnen zijn. De duinen, een fietsenstalling achter een parkeerterrein in Zandvoort, mijn oude, leegstaande huis in Heemstede. Heel spannend is een vrijpartij in het kantoor waar W. werkt in Haarlem. Op een zaterdag. Ineens horen we dat iemand, waarschijnlijk haar bazin beneden de deur opendoet en de trap opkomt. Wij verstoppen ons in de wc en hopen met bonzend hart dat de bazin niet naar de wc hoeft. Het zou zeker een ontslag betekenen.

Om haar ouders gerust te stellen ga ik een tijdje met W. mee naar catechisatie. In mijn nette groene pak, met stropdas. Daarna kunnen we dan samen zijn. Haar zus heeft veel moeten liegen voor ons om W. telkens een alibi te geven.

porec Het bezoek van W.'s ouders aan Obdam heeft in ieder geval als gevolg dat we toestemming krijgen om een aantal weken op vakantie naar Joegoslavië te gaan (zomer 1971). Mits we elk in aparte kamers zouden slapen en dat ook bewijzen bij terugkomst. Bij de landing van het vliegtuig heb ik last van ontzettende oorpijn, die daarna nog uren aanhoudt. Ons hotel is op een klein eilandje voor de kust van Porec, Sint Nicolas genaamd. Het hotel heet Fortuna en staat er nu nog. Op de eerste dag van ons verblijf komen we een koppel tegen in dezelfde situatie als wij. De deal is gauw gemaakt: we ruilen van kamers zodat zowel zij als wij bij elkaar kunnen slapen. De oorspron-kelijke vouchers houden we zodat we de bewijzen hebben dat we apart geslapen hebben (!).

venetie Joegoslavië is een belevenis. Eigenlijk doen we niet veel. Meestal vrijen we de hele dag in onze hotelkamer. Op een paar excursies na. We doen een bootreis naar Rovinj en een excursie naar Venetië, dat een avontuur wordt om nooit te vergeten. De reis ernaar toe is met een grote veerboot. We kunnen ook per hovercraft, maar dat is veel te duur. Bij aankomst wordt ons op het hard gedrukt om op 18.00 ten laatste aanwezig te zijn op de kade. We zien de hele stad en drinken veel te dure koffie op het San Marcoplein. Duizenden duiven vliegen op bij het luiden van de klokken. We lopen over de Brug der Zuchten. Daar koop ik in een winkeltje een mooie schelp en een leren map als souvenirs voor thuis. Eigenlijk voel ik me best schuldig dat ik geen zin heb om iets beters te zoeken. Afijn, we vergeten de tijd en komen uiteindelijk te laat aan op de kade. We zien onze boot in de verte varen. Wat nu? Er zit niets anders op dan te proberen de volgende dag te vertrekken. De hele avond dwalen we door de stad. Waar kunnen we slapen? Misschien in een treinstation. Met een ‘busboot’ arriveren we op het station en proberen in de wachtkamer op een bank te slapen. We spreken af dat we omstebeurt wakker zijn om op onze paspoorten en geld te letten. Om een uur of 2 in de nacht worden we gesommeerd om het station te verlaten. Weer dwalen door de stad. Een beetje onguur type spreekt ons aan en vraagt wat we aan het doen zijn. Hij zegt dat we maar met hem moeten meegaan. We vertrouwen het voor geen cent, maar hebben eigenlijk ook geen keuze. We komen aan bij het huis van de man en verwachten elk moment een slag in de nek. Maar nee. De man blijkt een kunstschilder te zijn en biedt ons zijn huis aan om te slapen. Wat een opluchting! Hij geeft ons te drinken en vertelt verhalen over zijn communistische tijd in Amsterdam. De volgende dag neemt hij ons mee voor ontbijt in de stad, vlakbij het San Marcoplein. We nemen dankbaar afscheid en lopen nog wat in de stad om dit keer op tijd aan te komen aan de kade. Die dag zou er enkel een hovercraftboot gaan en daar hebben we geen kaartje voor. Toch neemt de kapitein ons mee terug naar Porec.

Ik herinner me ook nog een tochtje naar het nabij gelegen Zelena Laguna, waar een moderne hoteltoestand uit de grond wordt gestampt. Het is 42°, nog nooit eerder zo’n hitte meegemaakt. We bezoeken ook de basiliek in het stadje en gaan elke avond met het pondje naar de overkant om daar rond te hangen op de boulevard. We hebben ook nog een dag met een klein motorbootje gevaren in de baai van Porec. Ik heb nog gedacht dat het bootje benzine verliest, maar dat bleek gewoon water te zijn dat door het motortje wordt opgepompt en via een buis weer terugloopt.

nicolas

Als ik ‘s avonds met W. een wandeling maak door de bosjes van het eiland valt me het geluid op van onze corduroy broeken die door het wandelen een schurend geluid maken. Ineens overvalt me in een soort flits een déjà vu beleving. Ik heb het sterke gevoel dat ik eerder op dat eiland geweest ben...

Op een dag vertellen we een medereizigster het verhaal van onze relatie. Ik vertel haar ook een droom die ik onlangs gehad heb. In de droom komt een scene voor dat ik aan het wachten ben bij een trap. Er komen telkens mensen naar beneden. Ik wacht op W., maar ze komt niet. Even later zit ik in een vliegtuig of zoiets en wordt gedropt, samen met andere mensen, op een heuvel met een weide. We lopen allemaal op de weide. Ik loop verloren rond tot ik iemand tegenkom. Het blijkt W. te zijn. Samen lopen we naar het stadje in de verte en lopen daar door de straten. Het zijn straten uit een nieuwbouwwijk in Utrecht met gebouwen in gele baksteen. De vrouw aan wie ik dit verhaal vertel zegt dat het allemaal goed zal komen tussen ons...

droom