Dorpstraat

1970 - 1971 Dorpstraat 111, Obdam

familie in obdam (1 oktober 1970) Door de wet op de bejaardenoorden van Marcel van Dam zijn papa en mama gedwongen om te kiezen voor het definitief sluiten van het rusthuis in Heemstede (omdat het te kleinschalig zou zijn) om een groter tehuis te openen. We betrekken een kast van een huis in de Dorpsstraat 111 in Obdam. Tijdens de verbouwing daar moet Ida 2 maanden bij de buren wonen, omdat ze naar school in Spanbroek moet. Ik vind de verhuizing naar Obdam best angstig, omdat ik bang ben het contact met W. te verliezen. Wij komen 2 maanden later.

familie in obdam beertje Ik weet niet veel meer van het wonen daar. Het is een groot huis. Er worden zo’n 40 bejaarden verzorgd. Er is ook meer personeel nodig. Ik herinner me een meisje met donkerblonde paardenstaart en nogal zware wenkbrauwen die in de buurt woont. Pa wordt goede vrienden met T. S., de kruidenier, met de familie Breg van het café naast ons en met (‘ome’) Leo die een zaak in huishoudelijke toestanden heeft. Ze komen soms ‘s nachts thuis van een avond stappen en gaan dan nog een ‘eitje bakken’ bij ons in de grote keuken. Mama is zowel hoofdverpleegkundige als degene die alle administratie doet. Ik herinner me ook nog een boekhouder, waarvan achteraf bleek dat hij de boel besodemieterde. Heel pijnlijk. Ik geloof dat papa zelfs nog een biljart boven heeft laten opstellen.

pf De stad in de buurt is Alkmaar. Ik weet niet meer of ik het Provadja-café bezoek, dan wel het Kooltuintje. Ik koop er ook mijn eerste Pink Floyd LP ‘Ummagumma’ bij Ypma. Ik ben zo onder de indruk dat ik sindsdien elke plaat, die Pink Floyd maakt of ooit gemaakt heeft, wil aanschaffen.

Ida komt een keer thuis via het raam en op hetzelfde moment draait het nummer 'She came in through the bathroom window' van de Beatles.

Ik ga dus meestal in het weekend naar Zandvoort, maar soms komt W. ook mijn kant op. Ik herinner me dat we kleren voor mij zijn gaan kopen in Alkmaar. Hippe kleren. Een paarse, nauwsluitende corduroy broek met bijbehorende battledress en suède laarzen (de goeie!). Het is vlak voor dat ik voor het eerst uit huis ga wonen in het ‘zusterhuis’ van het Juliana ziekenhuis in Zaandam.

Ik ga met de trein naar school. Lopen van station Beverwijk naar de IJmond-stichting.

Op een avond als we televisie aan het kijken zijn reageert mama heel raar. Ze doet net alsof wat er op de tv gebeurt echt is en gaat in gesprek met de tv-personages. Ik denk nog dat ze een borrel teveel op heeft. Diezelfde avond breekt er een acute psychose bij haar door. Dagenlang ligt ze in bed te rijmelen. Soms is het zelfs grappig. Ze slaat ons ook zomaar zonder reden en schreeuwt. Tot het niet langer gaat en ze moet worden opgenomen. Ze komt terecht in de gesloten afdeling D0 van het Centraal Ziekenhuis in Alkmaar. Wat daarna volgt is een triest en ontluisterend gebeuren. Met medicijnen heeft ze goeie episodes, waarin ze niets meer weet van de acute psychose. Als er echter iets gebeurt wat psychisch belastend is, dan slaan de stoppen door. Soms gaat het zelfs een paar jaar achter elkaar goed. Heel erg is het als ik haar samen met papa moet wegdoen naar D0. Ze krijgt waar ik bijsta een spuit in haar achterste. Papa is er kapot van. Hij weet ook eigenlijk niets van het zakelijke reilen en zeilen van het rusthuis en brengt de administratie mee naar haar ziekbed...

Ida en ik gaan bijna dagelijks op bezoek. We weten er geen goed raad mee en uit balorigheid gluren we binnen bij de mensen aan de singel op weg naar het ziekenhuis.