Chapter 4


Thoughts Don’t Hang Me Up

Q: Hi, Robert. I cannot dismiss the possibility of denial and escapism you point out so skillfully. The fires of earnestness and pure curiosity are stoked here often, and I am very grateful.

I imagine it must be frustrating to be asked the same questions over and over again, and I hate to be repetitive. But if the matter were simple or easily solved there would be sages on every street corner, and there just aren’t. It’s bloody hard work. Some points don’t come easy.

It’s a hard lesson, Robert, to work against my own motivations. I tried putting into words exactly what keeps me dwelling on enlightenment and that sort of thing. I ended up in a kind of infinite regress between “I really want to get this, not for any reason, not for any personal benefit, but only because it’s there,” and “Needing to keep saying that to yourself means you still want a pedestal to put it on.”

A: That’s right. Never deny the possibility of self-deception because it is always there unless it isn’t. In a moment when it isn’t, you will perceive the change, just as someone who usually takes coffee with cream and sugar would know if suddenly the liquid in the cup were changed to black. However, it’s not as easy to recognize self-deception in the first place as to notice its absence, which feels like wide-open, unencumbered space.

This is not a matter of working against your own motivations. You would have to be motivated to do that, and no one can choose to be motivated or how. So, this is not about working “against” anything, but about seeing that in each moment whatever motivations exist are what they are, and cannot, in that moment, be different. Those motivations are you. The “you” that feels apart or separate from those motivations so that motivations can somehow be “worked against,” is the fictional protagonist in a story you keep telling yourself about choice and free will. Billions of other human beings are telling themselves the same story. It was injected into our minds as children, and most of us never get over it. But neither pervasiveness nor concordance of opinion makes a story true, only popular.

So it’s not about changing motivations, or even changing behavior. This is a question of seeing and understanding the falsity of the habitual, repetitive idea that one can decide to change and then effect that change through “will power.”

The feeling of “myself” as an independent, deciding presence, located perhaps in the area just behind and between one’s eyes, takes something unitary— the totality of seeing, feeling, and thinking that really is “myself”— and creates a split between the “badly motivated myself” and the “better intentioned myself”— the one who is interested in enlightenment and hopes to attain it by working against the badly motivated one. But that splitting is a fiction, and so is the idea of a separate, detached myself who can observe, judge, and finally choose which motivations to follow and which to ignore. Everything you see, feel, and think is you. Any splitting is only conceptual, without factual existence.

To put this plainly, there is no “little man” sitting in the middle of your skull who can decide anything. That homunculus is a ghost.

No one can choose to understand. Comprehension happens when it happens and in the way it happens. If the words on this page trigger understanding in the mind you call “myself,” then you will recognize the falsity of the split between good and bad, and your striving for enlightenment will come to an end. Not that “you” end it, but when understanding changes, behavior changes naturally along with it.

Without that comprehension, this splitting will keep playing itself out in the style of the top dog versus underdog conversations familiar to us all in one form or another:

Top Dog: “You really shouldn’t be doing (wanting, fearing) that.”
Underdog: “Give me a break. I’m doing the best I can.”
Top Dog: “You are such a weakling.” Underdog: “Yes, but I can’t help myself.”
Etcetera, ad infinitum.

The only “reality” you can ever know is the totality of what you see, feel, and think right now— all of it. No one is making that. No one is doing that. It’s all of a piece and cannot be split. Don’t take my word for this or anything else. Look into it. Ask yourself if that statement is factual.

If you are interested in enlightenment, there is no use denying that interest. There’s no sense in splitting “myself” off from moment-to-moment experience in that way, nor could “myself” ever be split even if there were such a reason. Experience is all of a piece, and it’s all you. Bearing that in mind, without trying to change anything, just allow whatever may arise in each unique instant to be whatever it is, and you may see what now is.

I do not like the word “enlightenment” myself. I prefer to say that I am awake, which, considering the jouissance associated with the consecrated idea of enlightenment (consider the hackneyed image of a blissful, beaming “self-realized being” or “perfect master”), is a much more modest claim.

To me, “awake” means flowing with the suchness of each moment, moment-by-moment, without searching for “meaning,” looking for answers, or demanding that anything be different from the way it is.

If one is not enlightened, then “enlightenment” is only hearsay about which one knows nothing first-hand— a fantasy. And it is a dangerous kind of fantasy, which is where your question began, because it provides endless material for escapism, by which I mean walking around in a trance, pursuing a thought of future attainment. Living that way is like getting a donkey to walk forward by dangling a carrot in front its nose. I have three donkey companions, and that trick works just fine with them. Show them the carrot, and they just keep moving “forward,” which for them means wherever the carrot is. For you, the carrot is the fantasy of “enlightenment”— the promise of a myself who is “better” and better off than you are now.

That is an image— a thought picture— but there is a sense of being this aliveness that is not thought and which promises nothing. All of us have seen and felt that at times, as I am sure you have.

In the light of that, my thoughts don’t mean much to me, so they don’t hang me up.

Gedachten deren mij niet

[1]V: Hallo, Robert. Ik kan de mogelijkheid van ontkenning en escapisme, waar jij zo kundig op wijst, niet negeren. Het vuur van oprechtheid en echte nieuwsgierigheid wordt hier vaak aangewakkerd, en daar ben ik erg dankbaar voor.

[2]Ik kan me voorstellen dat het frustrerend moet zijn om steeds weer dezelfde vragen te krijgen, en ik haat het om in herhaling te vallen. Maar als de zaak eenvoudig of gemakkelijk op te lossen was, zouden er wijzen op elke straathoek staan, en die zijn er gewoon niet. Het is verdomd hard werken en sommige kwesties zijn niet gemakkelijk te doorgronden.

[3]Het is een harde les, Robert, om tegen mijn eigen motivaties in te werken. Ik heb geprobeerd onder woorden te brengen wat me blijft bezighouden met betrekking tot verlichting en aanverwante zaken. Ik belandde in een soort oneindige regressie tussen "Ik wil dit echt begrijpen, niet om wat voor reden dan ook, niet voor persoonlijk voordeel, maar alleen omdat het er is," en "Als je dat tegen jezelf moet blijven zeggen, betekent dat dat je nog steeds een voetstuk wilt om het op te zetten."

[4]A: Inderdaad. Ontken nooit de mogelijkheid van zelfbedrog, want die mogelijkheid is er altijd, tenzij er geen zelfbedrog is. Op een moment dat het er niet is, zul je de verandering opmerken, net zoals iemand die gewoonlijk koffie met room en suiker drinkt, het zou weten als plotseling de vloeistof in het kopje zou veranderen in zwarte koffie. Het is echter in eerste instantie minder makkelijk om zelfbedrog te herkennen dan om de afwezigheid ervan op te merken, die aanvoelt als een wijd open, onbezwaarde ruimte.

[5]Dit is geen kwestie van het tegenwerken van je eigen beweegredenen. Je zou gemotiveerd moeten zijn om dat te doen, en niemand kan kiezen om gemotiveerd te zijn of hoe. Het gaat er dus niet om "tegen" iets te werken, maar om in te zien dat op elk moment de bestaande motivaties zijn wat ze zijn, en op dat moment niet anders kunnen zijn. Die motivaties zijn jou. De "jij" die zich los of gescheiden voelt van die motivaties, zodat motivaties op de een of andere manier "tegengewerkt" kunnen worden, is de fictieve hoofdpersoon in een verhaal dat je jezelf blijft vertellen over keuze en vrije wil. Miljarden andere mensen vertellen zichzelf hetzelfde verhaal. Het is ons als kind ingeprent, en de meesten van ons komen er nooit overheen. Maar noch alomtegenwoordigheid noch overeenstemming van mening maakt een verhaal waar, enkel populair.

[6]Het gaat dus niet om het veranderen van motivaties, of zelfs maar om het veranderen van gedrag. Het gaat erom de onwaarheid in te zien en te begrijpen van het gewoonte-herhalende idee dat men kan besluiten te veranderen en vervolgens die verandering kan beïnvloeden door "wilskracht".

[7]Het gevoel van "mezelf" als een onafhankelijke, beslissende aanwezigheid, misschien gelegen in het gebied vlak achter en tussen iemands ogen, neemt iets uniform - de totaliteit van zien, voelen en denken die werkelijk "mezelf" is - en creëert een splitsing tussen de "slecht gemotiveerde mezelf" en de "beter bedoelde mezelf" - degene die geïnteresseerd is in verlichting en hoopt die te bereiken door tegen de slecht gemotiveerde in te werken. Maar die splitsing is een fictie, en dat geldt ook voor het idee van een aparte, onthechte ik die kan observeren, oordelen, en uiteindelijk kan kiezen welke motivaties te volgen en welke te negeren. Alles wat je ziet, voelt en denkt is jezelf. Elke splitsing is slechts conceptueel, zonder feitelijk te bestaan.

[8]Om het duidelijk te stellen: er zit geen "mannetje" in het midden van je schedel dat iets kan beslissen. Die homunculus is een spook.

[9]Niemand kan kiezen om te begrijpen. Begrijpen gebeurt wanneer het gebeurt en op de manier waarop het gebeurt. Als de woorden op deze pagina begrip teweegbrengen in het bewustzijn dat jij "mezelf" noemt, dan zul je de valsheid van de splitsing tussen goed en slecht inzien, en zal je streven naar verlichting tot een einde komen. Niet dat "jij" er een einde aan maakt, maar wanneer het begrip verandert, verandert het gedrag op natuurlijke wijze mee.

[10]Zonder dat begrip zal deze tweedeling zich blijven afspelen in de trant van de topdog versus underdog gesprekken die we allemaal in een of andere vorm kennen:

[11]Top Dog: "Je zou dat echt niet moeten doen (willen, vrezen)."
Underdog: "Doe me een lol. Ik doe wat ik kan."
Top Dog: "Je bent zo'n zwakkeling."
Underdog: "Ja, maar ik kan er niets aan doen."
Etcetera, ad infinitum.

[12]De enige "werkelijkheid" die je ooit kunt kennen is de totaliteit van wat je op dit moment ziet, voelt en denkt - elk aspect ervan. Niemand creëert dat. Niemand doet dat. Het is gemaakt uit één stuk en kan niet gesplitst worden. Geloof mij niet op mijn woordten aanzien van dit of dat of wat dan ook. Kijk er eens naar. Vraag jezelf af of die bewering waar is.

[13]Wanneer je geïnteresseerd bent in verlichting, heeft het geen zin om die interesse te ontkennen. Het heeft geen zin om "mezelf" op die manier af te splitsen van de ervaring van moment tot moment, noch zou "mezelf" ooit afgesplitst kunnen worden, zelfs als daar een reden voor zou zijn. Ervaring is een geheel, en jij bent dat helemaal. Met dat alles in gedachten, zonder te proberen iets te veranderen, laat gewoon toe dat wat er in elk uniek moment ontstaat is wat het is, en wellicht zul je dan inzien wat nu eigenlijk is.

[14]Ik hou zelf niet van het woord "verlichting". Ik zeg liever dat ik wakker ben, wat, gezien het bejubelen dat verbonden is met het gewijde idee van verlichting (denk aan het cliché van een gelukzalig, stralend "zelf-gerealiseerd wezen" of "volmaakte meester"), een veel bescheidener bewering is.

[15]Voor mij betekent "wakker zijn" meevloeien met de hoedanigheid van elk moment, van moment tot moment, zonder te zoeken naar "betekenis" of antwoorden, of te eisen dat iets anders is dan het is.

[16]Als men niet verlicht is, dan is "verlichting" slechts iets van horen zeggen, waarover men in eerste instantie niets weet - een fantasie. En het is een gevaarlijk soort fantasie, en dat is waar je vraag mee begon, omdat het eindeloos voer verschaft voor escapisme, waarmee ik bedoel rondlopen in een trance, een gedachte najagend van toekomstige bereiking. Op die manier leven is als een ezel vooruit laten lopen door een wortel voor zijn neus te laten bungelen. Ik heb drie ezelgezellen, en die truc werkt prima bij hen. Laat ze de wortel zien, en ze blijven gewoon "voorwaarts" gaan, wat voor hen betekent waar de wortel is. Voor jou is de wortel de fantasie van "verlichting" - de belofte van een ik die "beter" is en beter af is dan jij nu bent.

[17]Dat is een beeld - een gedachtebeeld - maar er bestaat een ervaring deze levendigheid te zijn die niet bedacht is en die niets belooft. We hebben dat allemaal wel eens gezien en gevoeld, jij ook, denk ik.

[18]In dat licht bezien kunnen mijn gedachten mij niet veel schelen, dus deren ze mij niet.