10. De kernwond


[1]V: Robert, je zei: "Voor zover ik weet, is lijden inherent aan het bestaan, ongeacht wat men gelooft of niet gelooft. Het idee dat je eenvoudigweg een bepaald geloof overboord kunt gooien en zo alle lijden in het leven kunt wegnemen, komt op mij over als een naïeve vorm van ontkenning, die 'idealisme' wordt genoemd."

[2]Dit is een boodschap die ik je keer op keer heb horen brengen. Ik heb onlangs iets gelezen van ene Saniel Bonder, en dat sluit aan bij wat je hebt gezegd. Hij zegt, in een notendop, dat iedereen het gevoel heeft dat er iets ontbreekt in de kern van het leven; dat het echt moeilijk is om hier te zijn; dat niets ooit genoeg is; dat iedereen ontheemd is; dat iedereen een bang hart heeft; dat we altijd alleen maar spanningen proberen uit te vlakken, en dat deze "kernwond" nooit echt geheeld kan worden. Maar je bewust worden van de kernwond, in en als de kernwond, brengt grote verlichting.

[3]Deze en jouw onverbiddelijke woorden van dezelfde strekking hebben mij getroffen, ondanks mijn protest. Ik zie nu dat de spirituele zoektocht een poging is geweest om aan dit besef te ontsnappen; dat wat ik eigenlijk ben slechts het simpele feit is van mijn eigen ik, hier en nu, in al mijn gebrokenheid en zinloosheid, rondbotsend als een bij in een jampot. En dat, paradoxaal genoeg, is de bron van een grote opluchting.

[4]Zoals de Zenmeester zei: "Geen noodzaak meer om perfect te zijn." Ga zo door, Robert!

[5]A: Wat jij de "kernwond" hebt genoemd is onze menselijkheid, onze sterfelijkheid, onze plaats in de Grote Natuur - alles aan ons, met andere woorden, wat de zoekers naar "perfectie" proberen te ontkennen.

[6]V: Dank je, Robert. Eigenlijk ben ik bij jou aan het toetsen of mijn begrip juist is. Ik weet dat ik dat niet zou moeten doen, maar het is goed om bevestiging te krijgen dat ik op het juiste spoor zit.

[7]A: Ik zie geen moeten of niet moeten in het willen van bevestiging van je nieuwe inzicht. Niettegenstaande de adoratie van figuren als Nisargadatta, Ramana Maharshi, etc., hadden zij allen op een bepaald punt bevestiging nodig, net als ik, en net als jij.

[8]V2: Robert, je zei: "Als ik alleen voor mezelf spreek, kan ik heel erg een individuele aanwezigheid voelen, terwijl ik me tegelijkertijd deel voel uitmaken van een groter geheel." Vragen:

  1. Voel jij je een onafhankelijke, afgescheiden aanwezigheid, terwijl je je tegelijkertijd deel voelt uitmaken van een groter geheel?
  2. Zou een onafhankelijk, afgescheiden "zelf" zich, per definitie, deel voelen van een groter geheel?
  3. Is gebonden zijn aan dat geloof van afgescheiden zijn, niet gebonden aan een toestand van lijden zolang het geloof wordt vastgehouden?

[9]A: Ik zeg niet dat het besef van individuele aanwezigheid een "overtuiging" is. Ik zeg dat het besef van zichzelf als een levend wezen - een menselijk wezen - een ervaring is, waarmee alle mensen die ik ooit gekend heb, intiem vertrouwd zijn. Ik vraag je niet het daarmee eens te zijn. Dat is gewoon hoe het op mij overkomt.

[10]In plaats van hypothetische vragen te stellen, waarom kijk je niet gewoon eerlijk naar je eigen leven? Lijd je of lijd je niet? Als je lijdt - ooit - dan zijn je woorden hier, met name die van vraag 3, slechts een geloof in wat je van horen zeggen vernomen hebt, niet vanuit enige kennis van jezelf. Van horen zeggen kan goed genoeg zijn voor jou, maar doet niets voor mij. Als je daarentegen geen besef hebt van je individuele aanwezigheid, en dus helemaal nooit lijdt, wat kan het je dan schelen wat ik zeg?