15. Liefde en angst—Je bent het allemaal


[1]Ik ontving een bericht met een vragend karakter van iemand die het verlies van een dierbare had geleden, en die thans zelf met ernstige medische zorgen te kampen heeft. Zonder de anonimiteit in het gedrang te brengen, wil ik de kern ervan met jullie delen, omdat deze vragen bij zo velen van ons opkomen.

[2]V: Men zegt dat wat je overkomt niet laat zien wie je bent, maar hoe je reageert op wat er gebeurt wel.

[3]A: Vanuit mijn perspectief lijkt dit op een valse tweedeling. Er is geen "jij" aan wie de dingen gebeuren. Wat er gebeurt, dat ben je. Je reactie is niet iets wat een "jij" doet. Je reactie ben je. Jij bent het allemaal.

[4]Ik weet dat dit moeilijk te begrijpen kan zijn. Lang voordat het de jaren des onderscheids bereikt, worden culturele normen door middel van beloning en straf aan het kind opgedrongen, waardoor dat kind zich verbindt met een permanente identiteit die "ik" genoemd wordt. Een belangrijk aspect van die identiteit is de veronderstelde duidelijke, ondubbelzinnige scheiding tussen mijzelf, de doener, en wat die doener doet. Die foutieve scheiding komt het individu helemaal niet ten goede, zeg ik, maar samenlevingen hebben haar nodig om elke persoon ("persoon" is een culturele aanduiding, geen biologisch feit) wettelijk en sociaal verantwoordelijk te kunnen houden.

[5]Die schijnbaar vaste entiteit - de persoon aan wie dingen gebeuren, en die dan "sterk moet zijn" of wat dan ook - is een misvatting. Het is een valse identiteit die vanaf de geboorte aan het kind wordt opgelegd. "Mijzelf", zeg ik, kan beter begrepen worden, niet als een vaste entiteit, niet als een doener, niet als een persoon, maar als het geheel van waarnemingen, gedachten en gevoelens in dit moment. Behalve als een sociale conventie, is er geen ander "ik". Zelfs herinneringen aan het verleden of fantasieën over de toekomst, die de notie lijken te ondersteunen van een ik die buiten dit moment bestaat, zijn slechts de percepties van dit moment.

[6]Hoewel het fysieke lichaam net als al het andere voortdurend verandert, lijkt het lichaam te blijven bestaan op een manier die percepties, gevoelens en gedachten dat niet doen. Anderen herkennen dit lichaam, en noemen het bij naam. Het benoemde lichaam zelf wordt maatschappelijk als een "persoon" beschouwd. Omdat we geleerd hebben "onszelf" te identificeren als dat benoemde lichaam en met de persoon die door anderen als zodanig wordt beschouwd, kunnen we ons voorstellen dat we die "persoon" werkelijk zijn. Dan wordt elke gedachte die te maken heeft met die persoon - met die naam en vorm - overdreven belangrijk, soms zelfs volledig obsessief.

[7]Een naam is bestendig; het staat op je rijbewijs en creditcards als je die hebt. Het maakt deel uit van je "permanente dossier". Vormen zijn bestendig; het lichaam dat je neerlegt om te slapen is er nog steeds als je ontwaakt. Persoonlijkheid, opgebouwd uit naam en vorm, is bestendig: "goeie ouwe Robert." Maar mijzelf, zeg ik, is niet bestendig. Mijzelf is een stroom - een proces, geen "ding".

[8]Neem dit scenario in overweging: Kleine Johnny, die zorgvuldig en correct gesocialiseerd is om zich te "gedragen", doet iets wat zijn moeder ondeugend vindt.

[9]"Johnny," berispt zijn moeder. "Wat doe je nu? Dat is helemaal niets voor jou!" Wat bedoelt ze daarmee? Wat lijkt meer op hem dan hetgeen hij juist gedaan heeft? Wat ze bedoelt is dat deze laatste rimpeling in de stroom genaamd "Johnny" niet overeenkomt met de persoon die zij denkt dat haar zoon is of wil dat hij is. Maar de stroom is een feit, terwijl de persoon, Johnny, fictief is - een sociale constructie.

[10]Omdat we zo grondig sociaal geconditioneerd zijn, vervallen we gemakkelijk in de illusie van een mijzelf die geen stroom is, maar een vaste aanwezigheid die in de loop van de tijd voortduurt, en het veelvuldig herbeleven van herinneringen - waaronder, tegenwoordig, foto's, opnamen en andere memorabilia - lijkt het bestaan van "mijzelf" in het verleden te bevestigen, waardoor de illusie van permanentie nog wordt versterkt. Maar ik ben geen beeld op een foto. Dat ben ik nooit geweest. De foto portretteert een lichaam, niet een zelf. Geloof me niet op mijn woord. Kijk er naar. Neem het in overweging.

[11]Waarnemingen, gevoelens en gedachten zijn geen objecten, en kunnen dus niet door een camera worden vastgelegd. En ook al lijkt de foto op de een of andere manier een mijzelf op te roepen die in het verleden bestond, die mijzelf is er nu niet en kan nooit meer terugkomen.

[12]Als we dit eens goed onderzoeken, dan is mijzelf, waarvan zo velen van ons gewoon aannemen dat het als een vaste aanwezigheid bestaat, helemaal niet zo vast. Mijzelf komt elk moment opnieuw tot leven als de ogenblikkelijke, voorbijgaande verzameling van de waarnemingen, gevoelens en gedachten van dat moment. Die waarnemingen, gevoelens en gedachten gebeuren niet met mij, noch zijn ze van mij. Die stroom van waarnemingen, gevoelens en gedachten ben ik.

[13]Wanneer we een ander levend wezen liefhebben, kunnen we gemakkelijker de ware vergankelijkheid van het zelf invoelen, want de diepste liefde is een voortdurend afscheid, van moment tot moment. Wanneer een geliefde sterft, en we begrijpen dat we nooit meer in die ogen zullen kijken, zien we de diepte van onze gehechtheid aan naam en vorm, ook al wisten we in ons hart al die tijd al dat alles moet vergaan.

[14]Er is geen juiste manier om op zo'n verlies te reageren. Wat is, is, inclusief "mijn reactie", en kan onmogelijk anders zijn. Reageren op verlies is niet iets dat een instantie die mijzelf heet doet; de reactie is mijzelf inclusief het gevoel van verlies.

[15]V: Ik wou dat ik liefde kon voelen in plaats van angst, maar hoe doe ik dat?

[16]A: Er is nooit een "keuzemogelijkheid" geweest, en dat zal er ook nooit komen. Er is nooit de mogelijkheid geweest om te kiezen liefde te vervangen door angst. Niemand kan beslissen om angst te voelen, of besluiten om het niet te voelen. Wanneer angst aanwezig is, wordt angst gevoeld. Als de angst afneemt, en als het hart zich opent voor liefde, dan heeft ook niemand daarvoor gekozen. We kunnen wel spreken over keuze, maar niemand kiest werkelijk ergens voor. De stroom van bewustzijn - inclusief alle gedachten over beslissingen en keuzes - is een rivier die gewoon blijft stromen zoals zij moet stromen, en die rivier ben ik, de enige ik die ik ooit kan kennen.

[17] Dus, als er liefde moet zijn, moet die ook mededogen inhouden met ieder van ons wiens angsten en verlangens in de eerste plaats nooit gekozen zijn. Mededogen voor degene die niet bestendig is. Mededogen met degene die altijd aan het stromen is. Voor mij betekent "mededogen" begrip zonder verwachtingen.

[18]V: De kern van mijn vraag, Robert, is deze: Vroeger voelde ik een soort innerlijke kracht die nu verloren is gegaan, en ik wil die weer terugkrijgen. Maar bestaat innerlijke kracht wel echt? Of leefde ik voor mijn verlies gewoonweg in een wereld van naïviteit, zodat ik zonder angst kon opereren? Hoe vinden mensen die voor moeilijke uitdagingen staan vreugde in angstige omstandigheden? Ik denk dat de meeste, zo niet alle mensen, voor vreugde zouden kiezen, maar hoe?

[19]A: Ja, je leefde in een wereld van naïviteit, samen met de rest van je menselijke broeders en zusters, en je zult in een wereld van naïviteit blijven leven, wat er ook gebeurt. De relatieve diepte van iemands naïviteit kan afnemen, of niet, maar men is nooit volledig op de hoogte. Dat is de menselijke conditie. Mijzelf is nooit precies wat het denkt te zijn, en weet nooit precies wat het denkt te weten.

20]Jouw zelf van voor het verlies was naïef over bepaalde soorten verlies en pijn, en wat je het zelf van na het verlies noemt is naïef omtrent andere soorten verlies, en andere soorten pijn. We weten niet hoe we ons de komende tijd zullen voelen, of wat we zullen ervaren. We weten zelfs niet wat we in het volgende moment zullen voelen, om nog maar te zwijgen over de gefantaseerde verre toekomst. Waarnemingen, gevoelens en gedachten worden slechts van moment tot moment geopenbaard, nooit van tevoren.

[21]Deze onvoorspelbaarheid van denken en voelen is één aspect van de vergankelijkheid die de natuurlijke, basale toestand van het menselijk leven is. Vergankelijkheid is geen ziekte of een probleem dat genezen moet worden, maar gewoon zoals de dingen zijn. Er is geen remedie - psychologisch, spiritueel of anderszins - voor vergankelijkheid. Er is geen pad van hier naar een verbeterde toekomst, noch enige zekerheid. Behalve in fantasie, heeft de "toekomst" geen bestaan. De toekomst is alles wat we niet weten.

[22]Men kan niets kiezen, zeg ik. Noch vreugde, noch iets anders. Op dit moment zijn de dingen zoals ze zijn, en ze kunnen niet anders zijn. Dus wanneer er vreugde is, komt die niet door middel van een "hoe", maar omdat vreugde spontaan kan ontstaan onder de vreemdste omstandigheden op manieren die men zich nooit zou kunnen voorstellen. Dit moment ontvouwt zich zoals het moet, en dit moment ben jij. Ik weet dat dit moeilijk te begrijpen is. Onze vroege en voortdurende conditionering als "personen" maakt dit ook moeilijk te begrijpen.

[23]Er is het verhaal van de beroemde meester wiens leerlingen bij hem aankomen en hem zittend op de regen-doordrenkte grond voor zijn huis aantreffen. Verfomfaaid, met modder besmeurd en naakt, slaat hij al jammerend met een houten lepel op een lege pot. Omdat zij de meester altijd hebben gekend als iemand met uiterste waardigheid in kleding en houding, vallen de leerlingen bij dit schouwspel in een lange stilte. Tenslotte is de oudste leerling in staat om te spreken:

[24]"Meester, wat is er gebeurd?

[25]De oude man gaat gewoon door met op de pot te slaan en zijn klaaglied te zingen. "Meester, meester," zegt de leerling. "U hebt ons bovenal opgedragen vredig te zitten, altijd in het kalme centrum te verblijven. Waarom gedraagt u zich zo?

[26]Eindelijk stopt de meester met op de pot te slaan, en antwoordt:

[27]"Gisteravond is mijn vrouw gestorven en nu zit ik hier naakt en alleen op de grond op een pot te slaan."