6. De vrijheid om te zijn


[1]V: Robert, je zegt dat we geen vrije wil hebben. Ik begrijp dat helemaal niet. Als ik besluit om nog een slok thee te nemen, zullen mijn arm en hand naar het kopje reiken. Heb ik niet gewild dat die actie zou gebeuren?

[2]A: Natuurlijk hebben we allemaal het gevoel een vrije wil en keuze te hebben, maar dat is, zeg ik, een gevoel en niets meer. Keuze is een verhaal dat we onszelf vertellen nadat de eigenlijke "beslissing" - er is nooit een beslissing geweest - al onbewust is bepaald als het resultaat van het samenspel tussen verschillende delen van de hersenen. Wat voor ons voelt als een keuze is helemaal geen vrijwillige beslissing maar het toeschrijven van die neuronale dans aan een fictieve baas of opziener die ik mijzelf noem. De opziener-mijzelf is een spook in de machine. Er zit echt geen kleine "mijzelf" in het midden van je schedel die iets beslist.

[3]We hebben allemaal het gevoel een onafhankelijk handelend subject te zijn, maar dat gevoel is als het gevoel tijdens het dromen dat "ik", de dromer, de macht heb om gebeurtenissen te beïnvloeden en de uitkomst van de droom te bepalen. Bij het ontwaken zien we dat de "ik" in de droom evenzeer deel uitmaakte van de droom als al het andere in de droom, en er op geen enkele manier los van stond - noch enige macht macht had eigenlijk.

[4]Sinds de komst van 'functional magnetic resonance imaging' (MRI) en andere eigentijdse manieren om de hersenen te bestuderen, is het duidelijk geworden dat wanneer men "kiest" om een deel van het lichaam te bewegen, de noodzakelijke voorbereidingen voor het uitvoeren van die beweging in de hersenen al plaatsgevonden heeft voordat - soms hele seconden voordat - er het gevoel of de gedachte was om iets te kiezen. De sensatie van het kiezen is dus eigenlijk meer een herkenning achteraf, van onbewuste gebeurtenissen dan een werkelijke keuze.

[5]Door een ingewikkeld proces van interne onderhandelingen tussen talloze neuronale verbindingen ontstaan er voortdurend gebeurtenissen, en dan word "ikzelf" - die niets beslist, maar meer een habituele zich herhalende gedachte - zich bewust van die vermeende keuzes die eigenlijk nooit echt bewuste keuzes waren, en die zijn gevoelens van schijnbaar willen verklaart en beslist door zichzelf een verhaal te vertellen over in vrijheid te hebben gekozen.

[6]In de tijd van de Upanishads geloofde men dat de Aarde het centrum van het universum was, en dat de zon, de planeten, de sterren en andere zichtbare hemellichamen om de Aarde draaiden. Nu weten we beter, en zouden we onze voorouders als naïef kunnen beschouwen. Maar wat de vrije wil betreft, hebben de Ouden wellicht zaken begrepen die de meesten van ons nu niet begrijpen. Vedanta, bijvoorbeeld, waardeerde lang geleden het idee dat het gevoel van een vrije wil te hebben een soort zelfbedrog is dat voortkomt uit het onjuiste idee dat er een persoon is die los staat van het geheel van het universum. Een soortgelijk perspectief vinden we ook in het boeddhisme, dat erop wijst dat er nooit een vrijstaand, afzonderlijk "ik" geweest is en dat dit er ook nooit zal zijn, omdat elke schijnbaar afzonderlijke gebeurtenis voor zijn bestaan afhankelijk is van al het andere. Het "ik" is "wederzijds-afhankelijk ontstaan" zoals dat wordt genoemd.

[7]Deze twee oude tradities lijken het over deze zaken meer eens te zijn dan ze het in werkelijkheid zijn. Wanneer men er dieper induikt, zijn ze het in feite oneens met elkaar. Vedanta vertelt ons dat "ik" op twee manieren bestaat. De eerste is het met het lichaam geïdentificeerde "ik" dat gelooft en voelt dat het een vrije wil heeft. Dit is mithya, of voorwaardelijk zijn. En dan is er het vermeende permanente ik dat gewaar is van het voorwaardelijke ik, samen met al het andere in het universum.

[8]In feite beweert Vedanta dat zonder dit permanente waarnemende-zelf, het universum helemaal niet zou bestaan - alleen het licht van het Zelf doet het universum ontstaan. De Boeddha daarentegen, die was getraind in Vedanta, wat hij uiteindelijk afwees, verwierp het Vedische idee van het Zelf, noemde het "eternalisme" en beweerde dat er geen permanent zelf is, noch dat er iets anders permanent bestaat.

[9]Dergelijke traditionele ideeën over wat het "echte zelf" is, kunnen de moeite waard zijn om te leren kennen, maar wanneer ze worden opgevat als onbetwistbare kennis zullen ze verder onderzoek ontmoedigen. Deze bekrompenheid is kenmerkend voor allelei soorten religieuze gelovigen, niet alleen aanhangers van Vedanta en Boeddhisten, maar ook Christenen en Moslims die er absoluut zeker van zijn dat Big Daddy hen onophoudelijk in de gaten houdt en hen zal belonen of straffen naar gelang hun geloof. Er mogen dan in al die tradities bepaalde wijsheden bestaan, maar die reiken niet zo ver dat ze definiëren wat "mijzelf" is of niet is. Dat, zeg ik, is een mysterie waar we slechts een glimp van opvangen, als we het al zien, en dat nooit volledig zal worden opgelost.

[10]Veel mensen willen te snel een oordeel vellen - zich vastklampen aan een of andere vorm van geloof en hun geest volledig sluiten voor andere mogelijkheden. Waar komt dit ongeduld om "mijzelf" voor eens en voor altijd te verklaren eigenlijk vandaan? Vraag jezelf eens af: Is niet weten werkelijk zo beangstigend dat ik haastig als feit moet aannemen wat eigenlijk slechts giswerk is? Is ambivalentie zo angstaanjagend dat ik meteen dit bepaalde geloof moet omarmen in plaats van op de hoogte te zijn van alle religies?

[11]Om de wetten en gebruiken van de sociale orde te ondersteunen, moeten we misschien doen alsof de vrije wil werkelijk bestaat. Maar wat werkt voor de instandhouding van samenlevingen, kan tegelijkertijd giftig zijn voor een ontwakende geest die behoefte heeft aan feiten, niet aan voorwendsels en maskerades.

[12]Ondanks het gevoel van een vrije wil te hebben, en de sociale conventies die daaromheen gevormd zijn, heeft niemand, zeg ik, ooit iets uit vrije wil gekozen. En niemand heeft schuld aan zogenaamde "slechte keuzes". De diepste bronnen van denken en handelen bestaan buiten ons weten en buiten onze bewuste controle. Ik heb er geen idee van welk woord ik hierna zal typen of waar het vandaan zal komen.

[13]Vrijheid, zeg ik, betekent niet dat je maar kunt doen en laten wat je wilt. Vrijheid heeft ook niets te maken met de zogenaamde "vrije wil", hetgeen een fantasie is. Vrijheid komt met het begrip dat op elk moment dat wat is, er gewoon is, en dat het niet iets anders kan zijn, inclusief wat "mijzelf" ziet, voelt, denkt of doet.

[14]In het licht van dat inzicht kan men, terwijl men zich naar de buitenwereld toe schikt naar sociale conventies die vereisen dat men de rol speelt van kiezer en beslisser (en zelfs eist dat men zich gedraagt alsof men op de een of andere manier verantwoordelijk is voor gedrag waarover men nooit enige werkelijke keuze heeft gehad), van binnen - in het privédenken - eerlijk zijn en toegeven dat de "mijzelf" die kiest een fictie is, een verhaal dat ik geleerd heb mezelf te vertellen. In die bekentenis kan men vrijheid vinden - niet de vrijheid om te "kiezen", maar de vrijheid om te zijn.

[15]Hier is een deel van een gesprek met neurowetenschapper Rudolfo Llinás:

[16]LLINÁS: Ja, het is een instrument met een spoel die je in de buurt van de kruin naast het hoofd plaatst. Je stuurt een electrische stroom door het instrument zodat een sterk magnetisch veld wordt opgewekt dat de hersenen direct activeert, zonder dat je de schedel hoeft open te maken. Wanneer je zo'n spoel boven op het hoofd plaatst, kun je beweging veroorzaken. Wanneer je hem achterop het hoofd plaatst, zie je licht. Dus je kunt verschillende delen van de hersenen stimuleren zonder dat, tussen aanhalingstekens, "jij" ook maar iets doet. Dit is natuurlijk een vreemde wijze van spreken maar dat is hoe we erover praten.

[17]Ik besloot om het ding bovenop mijn hoofd te zetten, waar ik meen dat de motorische cortex zich bevindt, om deze vervolgens te stimuleren door de juiste plek te vinden van waaruit mijn rechtervoet naar binnen zou bewegen. En dat werkte, geen probleem. We herhaalden het verschillende keren en ik zei tegen mijn collega: ik heb weet van anatomie en fysiologie, en ik zou vals kunnen spelen. Ik geef de stimulans en dan beweeg ik, en ik voel het, geweldig. En hij antwoordde, we kunnen dat niet echt weten. Ik antwoordde, ik zal je vertellen hoe we het kunnen weten. Ik voel het, maar wanneer de stimulus komt zal ik de voet naar buiten bewegen. Dat ga ik nu doen, ik word gestimuleerd en de voet beweegt weer naar binnen. En hij zei, wat gebeurde er toen? Ik zei, "ik heb me bedacht. Doe het nog eens." En dus deden we het nog zo'n zes keer.

[18]V: En de voet beweegt altijd naar binnen?

[19]LLINÁS: Altijd. Dus ik zei, godallemachig, ik kan het verschil niet voelen tussen de activiteit van buitenaf en wat ik als een vrijwillige beweging beschouw. Wanneer ik weet dat het gaat gebeuren, dan denk ik dat ik het gedaan heb, want nu begrijp ik vrije wil en wilsuiting. Wilsuiting is wat er ergens anders in de hersenen gebeurt, waar ik weet van heb en daarom besluit dat ik het gedaan heb. Je gaat eigenlijk met de eer strijken voor iets dat je niet gedaan hebt.

[20]Je zegt dus dat er een regelrecht verband bestaat tussen de stimulatie en de voet die naar binnen draait, en dat dat elke keer zal gebeuren, zelfs als je jezelf dwingt om hem naar buiten te draaien - terwijl hij ondertussen nog steeds naar binnen beweegt - en ondanks het feit dat je dacht te voelen dat je hem naar buiten draaide?

[21]LLINÁS: Nee! het voelt anders. De sensatie is dat ik het was die het deed.

[22]LLINÁS: Het bewoog naar binnen en de beleving is, eh, dat ik hem naar binnen bewoog. Ik kon geen ander gevoel hebben dan wat ik gehad zou hebben wanneer ik hem naar binnen had bewogen. Dus ik wil hem naar buiten bewegen, en wanneer ik de prikkel voel, beweeg ik hem naar buiten, maar het beweegt naar binnen.

[23]V: Voelde je dat er een probleem was?

[24]LLINÁS: Nee, ik voelde niet dat er een probleem was, ik bewoog hem naar binnen!

[25]V: Maar je dacht, je besloot dat je het naar buiten zou bewegen!

[26]LLINÁS: Ja, maar ik bewoog hem naar binnen. En dan denk je na en je realiseert je dat het achteraf is dat je zegt dat je hem naar binnen bewoog omdat het naar binnen bewoog en je wist dat dit ging gebeuren dus je eigent het je toe. Met andere woorden, vrije wil is weten wat je gaat doen, dat is alles. Niet noodzakelijkerwijs het willen. Het is niet jij die het doet, het zijn vele cellen die beslissen om het te doen.