1959 – 1962 OBS Puntenburg

Laan van Puntenburg 1, Utrecht

klas1 Ik ben eerst heel bang om naar de eerste klas te gaan. Zouden er allemaal vreemde kinderen zijn? Ik ben gerustgesteld als ik hoor dat veel kinderen uit mijn kleuterklas ook naar de ‘grote school’ gaan. Ik krijg ook een echte boekentas!


schrijfmethode Schrijfmethode 1e klas: “Eerst duidelijk dan snel”, schriftjes met lijnen. Eerst de letters los schrijven. Dan ook de hoofdletters en dan aan elkaar leren schrijven. Verbonden rechtopstaand schrift. Papa en mama schrijven in schuinschrift. Zwierig. Dat vind ik ook wel mooi en doe het na. Ik zie me ook cijfers tekenen, heel groot op ruitjespapier.


De leesplank met aap, noot, mies. Bij elke letter die we leren wordt er een letter bijgezet op de grote leesplank aan de muur. Er staat ook een groen kleefbord waar plaatjes aan blijven hangen.


Ik kan me ook een lei met griffel herinneren. En schrijven met een kroontjes-pen. De pen moet je afvegen aan een inktlap met zeemleren velletjes. Als je klaar bent met schrijven moet dat droog gemaakt worden met lichtgroen of lichtroze vloeipapier. De pennetjes moet je zelf kopen. Er zitten er een stuk of wat in een plastic buisje. Eigenlijk is een echte kroontjespen een wat duurdere soort. Normaal gebruiken we rechte, gladde pennetjes.


Er zit boven aan het blad van je schooltafeltje / schoolbank een richel voor je pennen en liniaal en een vakje waar een potje inkt in gaat. Het dekseltje van dat vakje kan je met een geluidje open en dicht schuiven. Onder het bovenblad zit ruimte voor allerlei spullen, zoals je gymbroek, etui, etc.


Leren tellen met lucifers. De juf heeft losse lucifers, bosjes van 10 en bosjes van 100. En een tafel met allemaal winkelspulletjes. We mogen doosjes en andere spullen meenemen van thuis.


Aluminium doppen van de melkflessen worden verzameld. Ook oude kranten. Voor Afrika of zo.


Zangles in de aula. Juf aan de piano. Ik mag een keer niet meedoen en moet in de hoek gaan staan bij de kapstokken.


Ik heb heel lang duim gezogen, met mijn handen om mijn neus, ook in de klas. Ik ben dan compleet van de wereld en ben een keer heel boos als de juf mij uit mijn gezellige mijmering wakker maakt. Hoe durft ze! Thuis neem ik ook een lapje in de hand, dat ik tegen mijn neus houd en omdat ik er geluidjes bijmaak die lijken op “koi, koi” wordt het ding ook zo genoemd. Wanneer ik 8 ben heb ik het mezelf afgeleerd door op mijn hand te gaan slapen.


Bij de schoolarts. In je onderbroek. Die doet zijn hand in mijn broek en voelt. Dat is raar. We moeten ook naar de schooltandarts. Doodsbang ben ik. De tandarts doet me zeer.


Wanneer je goed je best gedaan hebt mag je schrijven met rode inkt. Ik heb die eer één keer gehad. Ze zetten ook wel leuke stempels onder het werkje in je schrift.


Tijdens verjaardagen uitdelen en met twee vriendjes die je zelf mag uitkiezen langs alle klassen. Ik geloof dat je dan van de juffen en meesters ook iets kreeg. Plakplaatjes.


Op een keer op weg naar huis ben ik in de bosjes aan het ‘schumen’. Oudere meisjes van de school denken dat ik vogels aan het pesten ben. Ze zijn kwaad en geloven me niet.


In de herfst gooien we met takken in de grote kastanjeboom op de hoek op weg naar school en rapen de kastanjes op. Je kan van kastanjes, eikels en lucifers mannetjes en beestjes maken. Je kan kastanjes ook mooi laten blinken door ze op te wrijven. Beukennootjes worden ook gezocht en opgegeten. Het gerucht gaat dat je dat niet te veel moet doen, anders krijg je buikpijn. Ik vind ze niet bijzonder lekker.


Altijd is er de kerktoren aan de overkant van de Catharijnesingel die me vertelt of ik op moet schieten of niet.


Ben een keer meegelopen uit school met een meisje helemaal naar de Graadt van Roggenweg. Ze heeft altijd een broek aan en is niet zo meisjesachtig. Ik vind dat een toffe.


Een keer ben ik ziek en komt meester Ruud Denekamp bij me thuis langs. Ik zie hem nog staan helemaal onderaan de trap. Ik ben alleen thuis. Ik heb hem niet binnengelaten. Ik kan nog de spijt voelen dat ik dat niet gedaan heb. Kan het gewoon niet geloven dat iemand dat voor mij zou doen...


Er is ook eens een meisje op het schoolplein die ‘het’ laat zien. Allemaal kinderen eromheen. Ik heb niet veel gezien.


We vechten ook wel op het schoolplein. Ik zie me nog onder liggen en ‘genade’ zeggen. Hij houdt mijn armen omlaag. Ik probeer een truc die ik van papa geleerd heb: hard terugduwen en dan plotseling de armen naar opzij strekken. Ik weet niet meer of het lukte. ‘Prikkeldraad’ is het naar twee verschillende kanten het vel verdraaien van je pols. Ik ben ook eens door het dikke jongetje met zijn schoenen met ijzeren punt op mijn knie getrapt. Het litteken zit er nog.


Ik heb ook een keer doordat een jongetje van school een steen naar mij gooide een ‘gat’ in mijn hoofd gehad. In mijn herinnering is dat op de Laan van Engelswier, maar het jongetje is van Puntenburg. Dat kan dus niet. Misschien leken die jongens op elkaar. Hij heette Robbie.


Ik heb een vriendje dat Kenneth heet. In de 2e klas denk ik. Woont op de Catharijnesingel. De meester vertelt dat hij gaat remigreren naar Nieuw Guinea. In de krant kan je de boot volgen. De naam van de boot begint met een M (‘Mebo’?). Veel verdriet van gehad.


sajo Voorlezen. Mooiste boek is ‘Sajo’s bevervolkje’ van Grijze Uil. Er is een toerbeurtsysteem om te mogen lenen uit de klasbibliotheek. Ik probeer voor mijn beurt te gaan, zo gretig ben ik om dat boek zelf te mogen lezen. Ik word door de juf terechtgewezen.
 Lees hier zelf het boek.

saskia en jeroen Andere verhalen zijn: het sprookje van vrouw Holle, kabouter Wiplala en Pinkeltje van Dick Laan. En van Saskia en Jeroen, de tweeling in hun groene pakjes.


utrecht We leren ook de geschiedenis van de stad Utrecht. Van de Romeinse tijd af. Met elke les wordt de stad groter. Het verhaal van de singels en grachten en bolwerken. Er zijn kaartjes van, die we overtrekken. Heel erg leuk! Onder het Domplein kan je nog de aflijning zien van het Romeinse fort. En er staat ook een replica van een zwerfkei met runen uit Noorwegen. Het verhaal van het wapen van Utrecht met Sint Nicolaas die een stuk van zijn rode mantel afsnijdt en aan kinderen geeft. Ik denk dat we ook hoorden over de zendeling Willibrord.


wim is weg sambo De boekjes van Ot en Sien en Dik Trom. Wim is weg en Sambo, het kleine zwarte jongetje (Gouden boekjes).


schoolsparen Via de school kan je sparen (“schoolsparen”). We hebben een spaarboekje van de Nutsspaarbank en daar moet je zegeltjes van een kwartje per stuk in plakken. Bij het inleveren later van dat boekje staat er 8 gulden op. Op de groene zegeltjes staat een getekende, gestileerde bij.


In de les handenarbeid (de meisjes krijgen handwerken) moet ik een blok hout omvormen tot een groene kikker die brieven kan vasthouden. Ik herinner me ook eendjes van gelakt triplex. Figuurzaagjes breken aan de lopende band en moeten op een gegeven ogenblik uit eigen zak bekostigd worden. Eindeloos schuren en nog eens schuren en meerdere keren lakken. Ik vind het behoorlijk vervelend.


Ik heb ooit ruzie gehad met een leraar over het plaatsje waar de Rijn Nederland binnenkomt. Volgens de leraar is dat Lobith, maar volgens mijn atlas is dat een ander plaatsje. Papa is mij nog op school komen verdedigen. Ik geloof dat ik er strafwerk voor gekregen heb, maar dat wordt kwijtgescholden.


film Soms is er film in de aula. De hele school heeft eens gekeken naar een echte film, niet van de Nederlandse Onderwijs Film, maar een film van Hitchcock met Doris Day en James Steward: The Man Who Knew To Much. In de film zingt Doris Day het liedje Kay Sera. Een hele belevenis.


nof Een andere film die ik me kan herinneren (wel van de NOF) gaat over een jongetje dat droomt dat hij in Madurodam is: Hansje en de Madurodammers.

film

Op bezoek bij de NDSM scheepswerf naast de Demkafabriek aan het Amsterdam-Rijnkanaal, waar ze laten zien hoe een grote boot te water wordt gelaten. Het is maar een halve boot. Het schip is zo groot dat de twee helften op het water aan elkaar gemaakt moeten worden. Al dat vet op die ‘glijbaan’. Indrukwekkend.


Naar de zonsverduistering (15-02-1961) kijken op het schoolplein. We krijgen een zwart fotonegatief of een micaplaatje (?) om doorheen te kijken.


Op school wordt verteld over de vulkaanuitbarsting op een klein eilandje in de zuidelijke Atlantische oceaan: Tristan da Cunha. Alle inwoners moeten geëvacueerd worden (12 augustus 1961).


tbc We kunnen sluitzegels kopen van de Tuberculosebestrijding. Die kan je achter op een brief plakken, maar hebben verder geen waarde. Moeten we die ook verkopen?


Avifauna Schoolreisje naar Avifauna. Is dat met deze school? En krijgen we schoolmelk op Puntenburg?


Ik herinner mij het maken van papieren vlinders op papier dat door midden gevouwen is. Je hoeft maar één kant te tekenen. We maken ook stempels door aardappels uit te snijden.


De maandagochtendopening in de aula. Altijd een gebeurtenis. Kan me ook een Sinterklaas-happening daar herinneren. Als we in de klas terugkomen heeft iedereen een cadeautje op zijn tafel. Bij mij staat er een speelgoed-garage in rood, wit en blauw geschilderd hardboard op mijn tafeltje. Ik heb ook een keer meegedaan in een kerststuk. Ik denk dat ik een schaap geweest ben.



klas4

ik met ida