Aanloop

ik in oregon In januari 1983 krijg ik een brief van de secretaresse van Bhagwan Shree Rajneesh, Ma Anand Sheela, dat ik vanaf nu mijzelf Swami Pantha Chinmayo mag noemen. Ik ben 'sannyasin' geworden, een discipel van de Indiase goeroe die later Osho genoemd zal worden. Uiteraard is daar het een en ander aan vooraf gegaan...

Al van heel jong krijg ik in mijn opvoeding mee, onder de invloed van vooral mijn vader, dat ik tekort schiet, niet goed genoeg ben. Ik ben niet de stoere, handige en sportieve jongen die hij liever had gehad. Ik was een verlegen boekenlezertje en de enige uitweg uit mijn gevoelens van tekortschieten was proberen beter te zijn in iets waar hij en mijn schoolvriendjes zeker niet goed in zijn en op die manier respect te verdienen...

In de zandbak van de kleuterschool groef ik gaten om te zien wat er diep verborgen onder het zand zou zitten. Andere kinderen deden dat niet. Ook putten en riolen hadden mijn interesse: een onzichtbare en verborgen wereld vlak onder mijn voeten! Wat later, toen ik eenmaal kon lezen, verzamelde ik wetenschappelijke artikelen uit het Utrechts Nieuwsblad. De eerste resultaten van het DNA-onderzoek, het begin van de ruimtevaart. Ik vond het allemaal geweldig. Toen ik wat ouder was verslond ik boeken over elementaire deeltjes en kosmologie en had ik een simpel scheikundelab in de garage van mijn ouders. Ik kreeg er ook bewondering voor op school. Ik was zeker niet de populairste en ook niet de slimste, maar ik wist tenminste dingen die niemand anders wist... (Ha!)

Naast natuurwetenschap verslond ik ook boeken over parapsychologie, UFO's, theosofie en dat soort zaken. Als puber en jongvolwassene raadpleegde ik de Tarot en de I Ching en deed aan astrologie. Wat mij betreft allemaal heel opwindend!

Die scheikundehobby mondde uit in een analistenopleiding en daar bleek dat ik feitelijk niet geschikt was voor het saaie, detaillistische routinewerk van een laboratoriummedewerker. Ik heb nog kort in een bacteriologisch lab van een ziekenhuis gewerkt waar ik ontslagen werd wegens ongeïnteresseerdheid en slordig werken.

ik in kamer Blij dat ik daar weg was! En nu stond meteen de weg open om te doen waar ik eigenlijk zin in had: filosofie studeren aan de universiteit. En dat heb ik vijf jaar lang met heel veel plezier gedaan. In die studie ging het tenminste over de 'big picture' en de Grote Vragen van het leven. Geweldig, al die verschillende zienswijzen door de eeuwen heen, Westerse en Oosterse filosofieën, links-radicale theorieën, metafysica, enzovoort. Ik werd begeesterd door de zienswijzen van Teilhard de Chardin en Henri Bergson, door boeken als 'Zen and the art of Motorcycle Maintenance', en 'Time, Space and Knowledge' van Tarthang Tulku. Mijn bijvakken waren parapsychologie (met de beroemde professor Tenhaeff) tijdens mijn kandidaats en andrago(lo)gie in mijn doctoraal periode.

Bijna afgestudeerd zijnde begon ik aan een van mijn eindscripties: een postmoderne verhandeling waarin ik mijn eigen dromen, à la Carl Jung, probeerde te analyseren in een eigen filosofisch kader. Beslist geen droge, louter tekstuele uiteenzetting met voetnoten en literatuuropgave, meer een soort plakboek met foto's afgewisseld door stukken tekst. Ja maar, dat was nou net niet de bedoeling, vond mijn begeleidster. Ik moest enkel en op traditionele wijze vergelijkingen maken van en met filosofen uit het verleden. Een eigen zienswijze en aanpak werden beslist niet gehonoreerd… Boring!

Wat nu? Ik besloot gedesillusioneerd om met de studie te stoppen. Die bestond toch maar uit denken OVER de realiteit, vond ik. Het had niets te maken met een direct, woordeloos contact met de werkelijkheid zelf. En dat is wat ik verlangde: ik wilde weten wat de werkelijkheid zelf behelst - niet er enkel over denken, maar me erin onderdompelen. Ik had gedurende die tijd ook al kennis gemaakt met psychotherapie en counseling en dat bracht me al een stukje in de richting (namelijk: uit mijn hoofd)...

Ik heb samen met mijn toenmalige vriendin in de vroege jaren 70 nog Transcendente Meditatie ('TM') gedaan. Ik ben er een paar maanden mee bezig geweest, maar verloor daarna al gauw mijn inzet en belangstelling.

In het begin jaren 80 kwam in aanraking met leerlingen en boeken van Bhagwan Shree Rajneesh en besloot een tijdje later om ook 'sannyas' te nemen, of te wel volgeling te worden van Rajneesh. In de volksmond zeiden ze dan dat ik 'bij de Bhagwan' ging.

Wat daarna volgt is een tien-jaar durende onderdompeling in de chaotische mallemolen van de sannyascultuur en dito subculturen met haar therapiegroepen, communes, meditaties, xtc-trips, gepushte reizen naar Oregon, paranoia, intimiderende leiders en emotionele chantage. De truken van de foor. Maar ook met stilte, verbondenheid, fantastische feesten, heel veel uitbundige en vrolijke energie. Ik kom in contact met zen, soefisme, sjamanisme, t'ai-chi, tantra, rebirthing, bio-energetica, dehypnotherapie, enzovoort, kortom met alle geledingen van alternatieve spiritualiteit en de humanistische psychologie. Ik geloof half en half in karma, reïncarnatie, chakra's en chanelling.

buddhaveld

Ik heb het allemaal gedaan en dit verslag is het verhaal van die onderdompeling en de verwerking daarvan, want na die tien jaar volgen er nog jaren van andere avonturen op het 'spirituele pad'. Het heeft lang geduurd voor ik dat hele gedoe van me af kan schudden en ik doorheb waar ik eigenlijk mee bezig ben (geweest) en ik het tevens naar waarde kan inschatten. Het heeft lang geduurd voor ik werkelijk op mijn eigen benen kan staan, me goed kan voelen over mezelf en me niet meer afvraag wat één of andere kwiet mij zou kunnen vertellen over wat de antwoorden zijn op de ultieme vragen van het leven.

Het verhaal begint ergens in [Krommenie]...