3. Ontwaken heeft geen einde


[1] V: Robert, als een kennelijk ontwaakt persoon die bereid is vragen te beantwoorden, wat is volgens jou de belangrijkste vraag die gesteld kan worden?

[2] A: De "ik" die hier vragen beantwoordt is helemaal geen "persoon" - wat slechts een wettelijke en sociale aanduiding is - maar een ondefinieerbare, ongeremde stroom van waarnemingen, gevoelens en gedachten. Die stroom is niet iets wat mij overkomt. Die stroom ben ik. In de ogen van de wereld is Robert misschien een persoon, maar voor mijzelf ben ik geen persoon, maar een gebeuren, een stroom van bewustzijn waarover ik geen controle heb.

[3] Dat geldt voor ons allemaal, maar niet iedereen weet dat. De meesten van ons zijn lang geleden al in een trance-toestand gebracht, vanaf de vroege jeugd - een soort verdoving waarin de leegte, de vergankelijkheid en de wederzijdse afhankelijkheid van "mijzelf" onopgemerkt blijven. We zijn verdwaald in een fantasie van afscheiding waarin ik "hierbinnen" ben terwijl de wereld die ik zie - de tienduizend dingen - "daarbuiten" is. Het is uit die verwarring dat men ontwaakt.

[4] Ik heb niets gedaan om te ontwaken. Een oudere vriend heeft me gewezen op verschillende wijzen waarop ik in egoïsme verstrikt was geraakt, dus dat heeft de veters misschien wat losser gemaakt, maar het ontwaken kwam als een regelrechte verrassing - een diepe schok eigenlijk. Ik verwachtte het niet, en het ontwaken uit de trance van het persoon-zijn was niet iets wat ik opzettelijk deed of ooit had kunnen doen. Ik had het me zelfs niet kunnen voorstellen.

[5] Vrij plotseling was er een verschuiving van focus. Ik zag dat de eindeloze stroom van bewustzijn die ik "mijzelf" had genoemd, helemaal geen "mijzelf" was en dat ook nooit is geweest, maar een voortdurende beweging, een eindeloze stroom van gevoelens, gedachten, herinneringen, waarvan ik niet wist waar die vandaan kwam, voorbij oordeel en voorbij controle.

[6]Ik zag dat die stroom, inclusief de veelvuldig opborrelende gedachten over "mijzelf," helemaal niet van mij was. Ik was zeker niet degene die deze stroom creëerde, en ik leek er ook geen invloed op te hebben. Na die cesuur verdween eenvoudigweg het gevoel een blijvend "mijzelf" te zijn, los van al het andere.

[7]In eerste instantie was ik stomverbaasd. Wat? Dit alles, inclusief de schijnbare "mijzelf", stroomt als water, onbeheersbaar, vluchtig en volkomen vergankelijk? Maar toen ik gewend raakte aan de vreemdheid ervan, zag ik er de vrijheid van in. Elk moment arriveert als nieuw in zijn uniciteit. Niets herhaalt zich ooit. Het waargenomen ik van dit moment kan en zal niet voortduren tot het volgende. Als een sociale constructie, ja; als een herinnering, misschien; maar als een echte gebeurtenis, nee.

[8]Woorden alleen kunnen niet beschrijven hoe radicaal en revolutionair die visie werkelijk aanvoelde. De totaliteit van overtuigingen en meningen die zo belangrijk hadden geleken, zo essentieel, zo de moeite waard om te verdedigen, werd compleet betekenisloos - een hoop onzin die alleen van betekenis kon zijn voor de "persoon" die ik mezelf had geacht te zijn. Die overtuigingen en meningen waren mijn houvast geweest en leven zonder hen voelde als vallen door de lege ruimte waar alles steeds verandert, inclusief ikzelf, ongeacht wat ik al dan niet geloof, wil of niet wil, leuk vind of niet. Zoals Kurt Vonnegut opmerkte in Cat's Cradle, "Likes and dislikes have nothing to do with it."

[9]We treffen onszelf aan als klaarblijkelijk levende aspecten van een onvoorstelbare onmetelijkheid. Niemand kent er de grenzen van, of weet of die er überhaupt zijn. Niemand weet hoe dit alles hier is gekomen, of dat het er altijd al was. Astronomen, kosmologen, wiskundigen en andere deskundigen beschikken tegenwoordig over krachtige onderzoeksinstrumenten. Zij theoretiseren en denken, en snijden wat zij "werkelijkheid" noemen in steeds kleinere stukjes, maar zij hebben geen definitieve antwoorden. Alleen zij die zichzelf misleiden hebben definitieve antwoorden.

[10]Niemand weet precies wat "mijzelf" is. Niemand. Er worden dingen beweerd, maar een bewering is geen feit. Zogenaamde "spiritualiteit" bestaat bijna geheel uit beweringen over het onderwerp "mijzelf". Maar niemand weet daar überhaupt iets van.

[11]Niemand weet hoe elektrochemische veranderingen in de hersenen zich ontwikkelen tot beelden, geluiden, smaken, geuren, texturen, en al het overige wat we zien en voelen. Die qualia bestaan op de een of andere manier en worden waargenomen, maar niemand weet waar ze zich bevinden, wat ze waarneemt, hoe ze worden waargenomen, of wat ze werkelijk zijn. Noch kent iemand de oorsprong van gevoelens, gedachten, emoties en herinneringen.

[12]Niemand weet of zelfbewustzijn een bijproduct is van voldoende complexe zenuwstelsels, of dat de hele materiële wereld, inclusief zenuwstelsels, slechts een zogenaamde "verschijning" is - een niet-materiële verschijningsvorm in een overkoepelend universeel bewustzijn dat a priori bestaat vóór de fysieke manifestatie. Miljoenen en nog eens miljoenen woorden zijn er in "spiritualiteit" precies over dat onderwerp gesproken; vele ervan pretenderen de absolute "Waarheid" te zijn, maar niemand weet het.

[13]Wanneer iemand mij een tekst laat zien die ik in het verleden heb geschreven, voelt het voor mij alsof een ander het geschreven heeft. Ja, een "persoon" die Robert heet heeft die woorden ooit getypt of met een pen geschreven, maar zij voelen niet als mijn woorden. Die woorden waren een soort zelfexpressie op het moment dat ze geschreven werden, maar dat zelf is er niet meer om zichzelf of iets anders uit te drukken. Ik zou nu zeker iets anders schrijven. Ik weet niet wat ik zou schrijven. Daar zou ik pas achter komen als het geschreven zou worden. Vanuit dat perspectief voelt het vreemd om te worden gevraagd om advies over hoe te ontwaken, omdat ontwaken nooit eindigt.

[14]Zoals al het andere, verandert ook "mijzelf" steeds en dus kan het inzicht van dit moment in het daaropvolgende moment met een helderder visie worden ingehaald, of kan zelfs blijken dat het slechts een misverstand was. Ik heb ooit dingen gezegd die ik nu niet meer zou zeggen. Sterker nog, als iemand anders ze nu tegen mij zou zeggen, zou ik het er misschien helemaal niet mee eens zijn. Dus, stel dat ik je vandaag een of ander advies zou geven, en dat je dat zou opvolgen, en dat we elkaar dan over een paar jaar weer zouden ontmoeten en ik zou zeggen: "Hé, weet je nog dat advies dat ik je een paar jaar geleden heb gegeven? Je mag dat advies vergeten, want door het feit dat ontwaken nooit eindigt zie ik de dingen inmiddels anders."

[15]Toen ik een paar jaar geleden antwoordde op een vraag over wat "mijzelf" is, zei ik: "Alles wat zich voordoet is gekend als een indruk in of op bewustzijn, en ik ben dat bewustzijn." Dat is OK voor zover het gaat denk ik, maar tegenwoordig klink het mij formulaïsch, simplistisch, en een beetje pedant in de oren. En "ik" heb dat gezegd. Maar de "ik" die ik nu ben is niet dezelfde die deze woorden toen uitsprak. Niets is ooit hetzelfde. De ik van de volgende seconde is niet de ik van deze seconde. Alles stroomt. "Ook dit zal voorbijgaan," is geen verheven filosofische benadering of een kalmerende mantra, maar een duidelijk feit.

[16]Tegenwoordig zou ik zeggen dat er zonder bewustzijn geen objecten bestaan, maar zonder objecten bestaat er ook geen bewustzijn. Het is dus niet zo dat objecten ontstaan in of ten opzichte van gewaarzijn, zoals ik in het verleden gezegd heb, maar dat objecten gewaarzijn zijn, en gewaarzijn objecten is. Omvattend bewustzijn en zijn inhoud, zo lijkt het vanuit mijn huidige gezichtspunt, zijn één en hetzelfde, en ik zou nu zeggen dat vertrouwen op de traditionele notie van een permanent zelf of "aanwezigheid" die los van en voorafgaand aan verschijnselen bestaat, deel uitmaakt van datgene waaruit men ontwaakt.

[17]Na het horen van al die tegenstrijdigheden, heb je misschien geen interesse meer in nog enig advies van mij. Immers, wat als ik je volgend jaar vertel dat ik het helemaal mis had, en dat bewustzijn zonder inhoud wel degelijk bestaat?

[18]Twee monniken komen elkaar toevallig tegen op een weg. Op de gebruikelijke manier van een Zen-debat vraagt de eerste: "Broeder, waar ben je?"
"Oh ik? Ik ben daar waar nooit iets verandert."
"Maar ik dacht dat alles juist altijd veranderde."
"Ja, dat verandert ook nooit."

[19]Dus, in geval je nog steeds mijn advies wilt over de "belangrijkste vraag": Dit is het. En vraag het advies niet aan mij, maar aan jezelf: "Broeder, waar ben je?" Vraag niet wat ik eventueel zou weten over religie en spiritualiteit.

[20]En vraag ook niet wat ik me voorstel hoe het zou zijn om "ontwaakt" te zijn. Vergeet dat, en vraag jezelf gewoon af, zonder ook maar te verwijzen naar dat soort dingen: "Waar ben ik op dit moment?" Vroeg of laat komt het neer op dit moment. Als het niet nu is, wanneer dan wel?