37. De zoektocht naar betekenis


[1] V: In Man's Search For Meaning, beschrijft Victor Frankl zijn onwaarschijnlijke overleving in een Nazi concentratiekamp, waarbij hij uitlegt dat de overlevenden bijna allemaal mensen waren die betekenis vonden in het schijnbaar zinloze lijden dat zij gedwongen waren te doorstaan. Deze observatie leverde het kernconcept voor de methode van psychotherapie die hij Logotherapie noemde, ontworpen om depressie en andere kwalen te genezen door de patiënt te betrekken in een zoektocht om betekenis en zin te ontdekken in het dagelijks leven. Het is een krachtig boek, maar ik bleef daarna met deze vraag zitten: Is een mens werkelijk bij machte om te besluiten zin in het leven te vinden, of, meer in het algemeen, om wat dan ook te besluiten?

[2] Zoals we enige tijd geleden hebben besproken, is psychotherapie beperkt tot het omgaan met het ego en het gevoel een "iemand" te zijn in dit leven, dus het lijkt mij dat het zoeken naar betekenis een geval is van het ego dat op zoek is naar veiligheid en zich bijgevolg voorstelt dat het in de toekomst verdergaat als een "iemand die naar betekenis zoekt". Ik wil niet zeggen dat dit nutteloos is, alleen dat het, met betrekking tot onze vorige gesprekken, slechts palliatief lijkt.

[3] Geen enkele vorm van psychotherapie kan de patiënt immers "genezen" van zijn mens-zijn. Dus, is er überhaupt iets wat niet "slechts palliatief" zou zijn?

[4] V: Maar als Frankl zegt dat een mens, al is hij gevangen gezet en ontdaan van alle normale middelen van controle, nog steeds een diepe innerlijke vrijheid heeft om te kiezen, dan heb ik daar mijn twijfels over. Gevangen of niet, welke vrijheid kan er zijn als alles al door het lot is bepaald?

[5] A: Is alles al voorbestemd door het lot? Ben je daar zeker van?

[6] V: We worden geboren met een genetische erfenis, waar bovenop we conditionering ontvangen en blijven ontvangen van alles om ons heen; daarom komt elke handeling voort uit gedachten die gebaseerd zijn op al onze eerdere ervaringen, herinneringen en leerervaringen. Dus, als het verleden proloog is op het heden, op welk speciaal moment is er dan ooit een vrije beslissing? En zijn we als mensen niet gewoon gedoemd om naar betekenis te zoeken, of we die nu vinden of niet, niet omdat we kiezen om naar betekenis te zoeken, maar omdat we nu eenmaal zo zijn door genetische aard plus conditionering?

[7] A: Een deel van die genetische erfenis lijkt te bestaan uit een sterke neiging bij de mens om hele werelden te extrapoleren uit kleine stukjes informatie. Dat is waarom, bijvoorbeeld, dit:

(^_^)

[8] herkend kan worden als een menselijk gezicht, hoewel het helemaal geen gezicht is, maar slechts een paar toetsenbordkarakters, terwijl niemand probeert of beslist om het als een gezicht te zien.

[9] Dus als ik het gevoel heb dat ik mijn arm wil bewegen, en ik "probeer" hem te bewegen, en hij beweegt, dan is het waarschijnlijk dat ik uit dat stukje informatie niet alleen de conclusie trek dat "wilskracht" in het algemeen bestaat, maar dat ik die ook heb. Van daaruit is het slechts een kleine sprong naar de overtuiging dat het kiezen of besluiten om die kracht goed te gebruiken op de een of andere manier van het grootste belang is. Een kind kan bijvoorbeeld worden geleerd dat als die arm wordt gebruikt voor masturbatie, dat dit een "slechte keuze" zou zijn, maar als hij wordt gebruikt voor het uitschrijven van een huiswerkopdracht, dat het een "goede keuze" zou zijn.

[10] Bovendien is dat kind sinds zijn kindertijd geïndoctrineerd over goede en slechte keuzes, zowel expliciet als impliciet (impliciet omdat het gestraft worden voor "slechte keuzes" logischerwijs inhoudt dat men het anders had kunnen doen door het te willen). Dientengevolge is het "ik" van dat kind de notie van vrije wil als axiomatisch gaan beschouwen, volledig boven elke twijfel verheven, zodat informatie die neigt naar bevestiging en versterking van dat geloof gemakkelijk zal worden geaccepteerd, terwijl informatie die het tegendeel bewijst zal worden tegengehouden, genegeerd, of gewoon vergeten. Dit is de "confirmation bias."

[11] Maar de sprong van het schijnbaar "uit vrije wil" kunnen bewegen van delen van het lichaam naar de conclusie dat ik een "vrije wil" bezit, laat de hele vraag onbeantwoord wat mij er in de eerste plaats toe bracht mijn arm te willen bewegen. Waar kwam dat verlangen vandaan? Waar komt welk verlangen dan ook vandaan?

[12] We weten niet waar dat vandaan komt. Verlangens lijken spontaan te ontstaan als de luchtbelletjes die zich vormen op de bodem van een glas frisdrank, die schijnbaar willekeurig naar de oppervlakte stijgen, wanneer en zoals ze dat doen. Kan iemand eigenlijk kiezen wat hij nu weer gaat verlangen of wanneer? Natuurlijk, als iets als het verlangen om je arm te bewegen eenmaal opborrelt, zal "mijzelf" snel met de eer gaan strijken voor de hele show: Eerst besluit "ik" om mijn arm te bewegen, en dan beweeg "ik" hem.

[13] Maar wie heeft hier de leiding? Als "mijzelf" een verlangen voelt dat het eigenlijk nooit besloten of gekozen heeft om te voelen, maar het alleen merkte toen het verlangen - wat de ultieme bron ervan ook was - op natuurlijke wijze naar de oppervlakte borrelde, hoe kan dat dan kiezen genoemd worden?

[14] Nu zou je kunnen zeggen: "Ik heb heel veel verlangens. Ze borrelen naar de oppervlakte, zoals je zegt, en dan kies 'ik', de beslisser, welke ik nastreef en welke ik negeer."

[15] Oh, echt? Waarom wil je dat doen? Wat, bedoel ik, maakt dat je sommige verlangens wilt nastreven en andere negeren? Waar komt dat willen vandaan?

[16] En hoe beslis je welke je bevredigt en welke je negeert? Fluistert een klein vogeltje die beslissingen gewoon in je oor? "Nou," zou je kunnen zeggen. "Ik voel het gewoon. Ik ben het verlangen. Ik ben mijn keuzes. Dat kun je niet allemaal scheiden."

[17] Precies. Dat is hoe ik het zie. Je kunt het allemaal niet scheiden. Maar hoe valt dat te rijmen met de zogenaamde vrije wil? Het valt niet te rijmen.

[18] Trouwens, om een arm te bewegen is geen wilskracht nodig. Als mijn hand bij toeval een gloeiend heet oppervlak raakt, zal de arm bewegen alvorens "ik" er iets van weet, net zoals de arm aan het stuur van een auto beweegt als er een noodmanoeuvre moet worden uitgevoerd. "Ik" krijg het nieuws pas achteraf te horen, zoals je ongetwijfeld zelf hebt opgemerkt.

[19] Hoewel je deze bewegingen het werk van "mijn" reflexen kunt noemen, lijkt het duidelijk dat "mijzelf" deze bewegingen niet produceer. Noch laat "mijzelf" een hart kloppen, mijn haar groeien of voedsel verteren. Dat valt allemaal buiten de controle, net als het opborrelen van verlangens en het opborrelen van overwegingen of en hoe je die verlangens bevredigt.

[20] V: Betekent dat dan dat Frankls wil tot zingeving iets is dat buiten elke bewuste activiteit bestaat, iets dat gewoon geërfd is als deel van dit menselijk mechanisme? En als dat zo is, is het dan het werk van de Logotherapeut om de patiënt te begeleiden naar een relatie met die primaire kracht?

[21] A: Omdat ik geen Logotherapeut ben, neem ik niet aan dat het verlangen naar betekenis primair is. Adler, zoals je weet, zei dat de primaire kracht de wil tot macht was, en Freud, de wil tot genot. Dus die drie psychologen, nu samen in de hemel, zouden vele uren kunnen doorbrengen met het achteroverslaan van de schnapps, en het bespreken van zulke vragen, waarbij ze waarschijnlijk tot bar weinig punten van overeenstemming zouden komen. Psychologische theorieën hebben de neiging gevormd te worden om de kwalen van hun eigen bedenkers te verhelpen, heb ik gemerkt.

[22] Joseph Campbell heeft zich eens uitgesproken over deze kwestie van zingeving door op te merken: "Mensen zeggen dat we allemaal een betekenis in het leven zoeken." Ik denk niet dat dat is wat we echt zoeken. Ik denk dat wat we zoeken een ervaring is van ... de verrukking van het leven."

[23] Ja. De verrukking om überhaupt hier te zijn, levend en bewust, is een geschenk dat te vaak als een probleem wordt beschouwd. En verrukking is niet te vinden in onszelf verhalen vertellen over wie of wat "mijzelf" is. Daar kan eindeloos over gediscussieerd worden. Het simpelweg voelen van de levendigheid - de unieke eigenheid - van elk nooit te herhalen moment, overtreft intussen volledig het verlangen naar macht, of plezier, of betekenis. Zo is dat in ieder geval in mijn wereld. Wanneer men zich werkelijk engageert met deze levendigheid zonder te proberen haar uit te leggen (alsof ze ooit uitgelegd zou kunnen worden), komen vragen als "Wat betekent dit alles?" of "Wie ben ik?" zelfs nooit op. Dit levend-zijn is de betekenis. Maar laat me iets meer zeggen over vrije wil en ego.

[24] Kiezen en beslissen kunnen bestaan als gevoelens, maar wat als het alleen maar gevoelens zijn, geen werkelijke krachten? Of misschien werken kiezen en beslissen wel op een bepaalde manier, maar alleen binnen een zeer beperkt domein van conceptuele grenzen die getrokken worden tussen "mijzelf" en de rest van het universum - grenzen die in werkelijkheid niet bestaan, maar die in fantasie kunnen worden vastgesteld om een speelruimte voor "keuze" te creëren. Als ik de afstandsbediening in mijn hand heb, kan ik "kiezen" naar welke film ik ga kijken in het beperkte domein van mijzelf en het televisietoestel, maar, nogmaals, waarom wil ik deze film kiezen en niet die andere? Die vraag voert ons buiten de grenzen.

[25] Hoe meer men zich in de materie verdiept, hoe meer blijkt dat alle grenzen tussen zelf en wereld eerder denkbeeldig dan reëel zijn. Als je zegt dat de grens tussen mijzelf en het universum het huidoppervlak is dat op de een of andere manier mijzelf binnen lijkt te houden en de rest van de wereld buiten, dan roept dat de vraag op of mijzelf zonder een hele omgeving, zowel natuurlijk als cultureel, zou bestaan of zelfs überhaupt zou kunnen bestaan.

[26] Als je zegt dat "mijzelf" het bewustzijn is - of, vanuit een meer materialistisch gezichtspunt, dat "mijzelf" de hersenen zijn - dan heb je daar natuurlijk geen controle over. Dus vanuit dat perspectief is het misschien juister om niet te zeggen dat iemand wil dat bewegingen plaatsvinden, maar dat zowel het verlangen om te bewegen als de beweging die met dat verlangen samenhangt gewoon plaatsvinden wanneer en zoals ze plaatsvinden, en dat de verklaringen, inclusief "willen" en "beslissen", volgen.

[27] Niettemin is de afwezigheid van vrije wil geen overtuigend bewijs dat alles, of zelfs maar iets, voorbestemd is. We kunnen dat op geen enkele manier weten, of daar zelfs maar iets over weten. Maar zelfs bij gebrek aan kennis over zulke ultieme zaken, zelfs vanuit een meer praktisch standpunt, vind ik het begrip predestinatie zinloos en zelfs verderfelijk. Omdat het niet kan worden aangetoond, is alleen maar beweren dat alle gebeurtenissen voorbestemd zijn loos giswerk, en als dat giswerk wordt opgevat als een werktheorie, heeft het de neiging snel af te glijden naar fatalisme, een zusje van het nihilisme dat Frankl's therapie probeert te behandelen.

[28] Je moet mijn opvattingen over de vrije wil dus niet horen als een oproep tot een verlamd fatalisme. Dat is helemaal niet de bedoeling. Je hebt misschien niet de macht om vrij te willen wat je wilt of wanneer je het wilt, maar dat betekent niet dat je je moet gedragen als een slappe noedel. Inspanningen, ongeacht hun uiteindelijke bron, kunnen deel uitmaken van het grote geheel op manieren die niemand begrijpt. Dus, als je voelt dat je beslissingen neemt en ernaar handelt, maak dan goede keuzes, zeg ik.

[29] Wanneer het begrip vrije wil in twijfel wordt getrokken, kan "mijzelf" zich bedreigd en gekortwiekt voelen. Men lijkt immers voortdurend te kiezen en te beslissen, maar als die activiteit grotendeels illusie is, wat blijft er dan van "mijzelf" over? Dat is een goede vraag, maar een die zelden wordt onderzocht.

[30] Velen geven er de voorkeur aan die vraag te omzeilen met een overhaast oordeel, waarbij ze volhouden: "Natuurlijk heb ik een vrije wil", alsof het nadrukkelijk herhalen daarvan de waarheid bevestigt. Anderen neigen naar een determinisme waarin de vrije wil misschien niet meer van toepassing is, maar "mijzelf" toch doorbuffelt, niet langer degene die kiest, maar nog steeds de afgescheiden "persoon" aan wie "het lot" zich voltrekt, alsof mijzelf en het lot zo gemakkelijk uit elkaar te halen en te scheiden zijn.

[31] Van een voormalig overtuigd gelovige in de vrije wil, heeft het veelvormige ego zich omgevormd tot een overtuigd gelovige in de predestinatie. Maar een gelovige is nog steeds een gelovige, geen kenner, en geloof, hoe stellig ook, is nog steeds slechts geloof, geen kennis. Ongeacht de details van dergelijke overtuigingen is de subtekst en het centrale brandpunt nog steeds "I-Me-Mine," zoals George Harrison, die een regel uit de Bhagavad Gita had gejat, graag zong. Dus, vanuit een functioneel perspectief, is er helemaal niets veranderd.

[32] V2: Is er een rol voor psychotherapie weggelegd of niet?

[33] A: Ik heb vele jaren als psychotherapeut gewerkt, en gedurende een bepaalde periode ontmoette ik ook mensen die, bij gebrek aan een betere term, wilden ontwaken. En dat ontwaken werd vaak voorgesteld als het inzien dat ego een illusie is.

[34] Sommige mensen stellen zich voor dat het ego als illusoir zien de pijn van oude psychische wonden zal helen. In mijn ervaring is dat een misvatting. Die wonden zijn niet alleen in gedachten vastgelegd - niet alleen in herinneringen en autobiografieën - maar ook vóór de bewuste herinnering, en zelfs in lichamelijke structuren gegrift. Bijgevolg moet genezing niet alleen plaatsvinden door middel van het aannemen van een of andere mentale formulering zoals "er is werkelijk geen 'mijzelf' los van het universum" - wat een idee is - maar door middel van relatie tussen twee menselijke wezens in het gewone leven. Dat is wat psychotherapie beoogt te bevorderen. Een ontspanning in gezelschap van een ander mens - wanneer "twee of meer bijeen zijn" - zodat er ruimte is voor een menselijke genezing.

[35] Zoals ik het zie, worden wonden niet goed genezen door een ego dat het gewone bestaan transcendeert. Dat is een dwaas, cirkelvormig streven. De discussie hier gaat niet over het overstijgen van wat dan ook, maar over het inzien dat elk ervaringsmoment slechts eenmalig voorkomt, en nooit meer herhaald kan worden. Als dat duidelijk is, is men vrij om elk moment te ontmoeten - om zichzelf in elk moment te ontmoeten - openhartig en zonder voorbehoud.

[36] Als je een spirituele zoeker bent, zal er nooit een wegsmelten van de illusie van het afgescheiden zelf zijn zolang je gedreven wordt door een egoïstisch motief: "Ik ben moe van het lijden, ik wil ontwaken." Die benadering verdiept de illusie van afgescheidenheid alleen maar. Hoe dan ook, als je vaak te kampen hebt met grote psychologische pijn, is het onwaarschijnlijk dat de wortels van die pijn veel te maken hebben met het gevoel een afgescheiden zelf te zijn.

[37] Je kunt psychologisch lijden wel verdoezelen met overtuigingen over "spiritualiteit", maar uiteindelijk zal het zich manifesteren, en dat zal zo blijven tot het wordt aangepakt. Als je therapie nodig hebt, raad ik je aan de therapie te volgen die je nodig hebt, en het spirituele zoeken aan zichzelf over te laten.