9. Vastgebeten


[1]V: Ik voel me als een terriër die weet dat er een muis in de kamer is. Ik kan deze zoektocht naar verlichting maar niet loslaten. Veel van mijn zoektocht is weliswaar gebaseerd op geruchten, maar ik heb wel het gevoel dat ik meer leer over wie of wat ik ben. Steeds meer merk ik dat veel van mijn gedrag gewoontegedrag is. Ik zie mezelf als een verzameling gedachten, gewoonten en conditioneringen, niet echt vast, en toch hardnekkig, en onmogelijk te ontkennen. Als ik een zware dag heb, dan is dat ook gewoon zo. Ik voel dat het mij overkomt.

[2]Jij, daarentegen, lijkt slechts te observeren dat "Robert" een zware dag heeft of wat dan ook, zonder er in verwikkeld te zijn. Je moet toch ook pijn hebben, en verdriet en verlies voelen, net als ik, en evenzo lijkt dat extra zelf toegebrachte mentale lijden bij jou te ontbreken. Je bent, zo lijkt het, niet langer geïdentificeerd met je ego. Dus, als je me antwoordt, Robert, wie antwoordt dan? Wie is de stem van je identiteit?

[3]Ik oefen om "mijzelf" te identificeren als slechts een lege ruimte waarin de wereld wordt gevoeld. De ruisende ceders, de warmte van mijn voeten op het pad, of het suizen in mijn oren, ontstaan in mijn bewustzijn, en toch lijken ze mij te overkomen. Ik voel een scheiding tussen de ervaring en degene die de ervaring ondergaat. Ik voel me als een detector van gewaarwordingen die ook denkt en oordeelt. Ik voel me opgesloten in deze toestand.

[4]Die monnik die de klok hoorde luiden en zich realiseerde dat hij tegelijkertijd de klok, het horen van de klok en de toehoorder ervan was, was op slag verlicht. Eén, niet drie. Ziener-zien-dat wat gezien wordt. Hoe bereik je dat? Hoe realiseer ik me dat ik al alles ben wat zich voordoet? Dat is mijn vraag. Dat is wat mijn innerlijke terriër probeert te vinden.

[5]Soms lijkt het mij dat ontwaken op dezelfde manier werkt als evolutie door natuurlijke selectie. Sommigen worden geselecteerd en sommigen niet. Het is alsof, gegeven de perfecte combinatie van variabelen doorheen tijd en ruimte, organisch leven het niveau bereikt van menselijke verlichting, één complete heelheid ziet waarin niets gescheiden is van iets anders, en leeft vanuit dat begrip. Maar dat gebeurt, naar het schijnt, slechts af en toe.

[6]Je zei: "Het gebeurt wanneer het gebeurt. Je snapt wat je snapt als je het snapt." Ik denk dat dat betekent dat ik er niets aan kan doen, maar de terriër in mij blijft toch doorgraven.

[7]A: Hoewel sommigen graag leraren en wijzen verheerlijken - vooral degenen van wie gezegd wordt dat ze "verlicht" of "gerealiseerd" zijn - is advies over deze zaken niet altijd even behulpzaam. Een hoop zogenaamde uitleg over de vraag wat het zelf is en wat het niet is, kan eerder afleiden of in de weg staan dan bevorderend werken. Als men deze zogenaamd verlichte maestro's beschouwt als onfeilbare bronnen van de "waarheid" in plaats van de gewone mensen die zij en wij zijn, is het mogelijk dat men in een soort hypnotische betovering geraakt, net als een recalcitrante ezel die vooruit wordt geleid door een wortel die voor zijn neus bungelt. Die truc werkt elke keer. Een ezel zal echter geen wortel voor zijn eigen neus bungelen. Mensen wel.

[8]Ik heb niets te zeggen over het bereiken van verlichting, of het "realiseren" van het zelf. Dat onderwerp, en het bijbehorende vocabulaire, zijn de lokkertjes van de fantasie. Het maakt niet uit hoe vaak je de woorden "dit is het" hoort, of "wat je zoekt is wat mij nu hoort", je accepteert het niet. Er moet iets anders zijn - iets dat meer geëvolueerd is - en je verbeeldt het je gewoon. Maar die ingebeelde prikkel, die moet worden nagestreefd totdat het uiteindelijk is opgespoord en bereikt, impliceert, en creëert zo, de noodzaak van tijd - een interval tussen nu en dan waarin iets moet worden geleerd, iets moet worden bereikt, iets moet worden verdiend, iets dat op een of andere manier moet evolueren.

[9]"Ik snap het nu niet, maar als ik maar genoeg vragen stel, zal ik het ooit snappen. Ik ben nu niet verlicht, maar op een goede dag zal ik misschien wel evolueren naar verlicht zijn."

[10]Maar dat is onzin. Het is helemaal geen kwestie van tijd. Er is geen interval. Het is niet zo dat er iets is wat iets anders moet worden. Dit is het. Zo, ik heb het weer gezegd. Kun je dat niet accepteren? Wat verwachtte je dan?

[11]Het zelf dat je zoekt is hier op dit ogenblik en is niet iets in wording.

[12]Je hebt stippen op een scherm of inkt op een pagina voor je neus. Niets daarvan heeft betekenis, totdat het "zelf" die stippen en lettertekens scant en er betekenis aan geeft.

[13]Het is niet het oog dat de krabbels waarneemt en woorden ziet, maar de geest. Als je de taal spreekt die deze krabbels en vierkantjes representeren, dan ontstaat er moeiteloos een stroom van beelden en ideeën. Je hoeft helemaal niet te proberen de krabbels te ontcijferen, of te proberen er beelden en ideeën uit te construeren; het gebeurt gewoon vanzelf. Dat moeiteloze gebeuren is het zelf. Het was er in je kindertijd, en het is er nu. Er zal nooit een ander zelf zijn. Dit is het.

[14]Jij gelooft dat ik een of ander buitengewoon vermogen heb verworven om eenvoudigweg te observeren, zodat ik los sta van pijn en verlies, en er minder onder lijd dan jij. Het is net omgekeerd. Ik kan op geen enkele manier pijn of iets anders dat ik voel vermijden, en ik weet dat. Ik voel wat ik voel, en wat ik voel ben ik. Zonder gevoelens is er geen ik, en zonder ik zijn er geen gevoelens.

[15]"Ik" ben niet iets aan het waarnemen. De waarnemer is het waargenomene. Een scheidslijn tussen binnen en buiten is een kenmerk van Fantasyland en ik vertoef niet in dat pretpark. Ik ben het allemaal. Er is geen enkele manier waarop ik afstand kan nemen of waarop ik me ergens van kan ontdoen. Waar zou ik het immers moeten laten?

[16] Omdat jouw bezorgdheid zich concentreert op lijden en het vermijden daarvan, als ik zeg dat ik niet kan vermijden te voelen wat ik voel, of ik dat nu leuk vind of niet, klinkt dat misschien akelig als "gevangen" zijn in deze toestand, zoals je zei, maar eerlijk gezegd is keuzeloosheid een hele opluchting. Het voelt nogal ontspannend, laten we zeggen, om de wereld op te slokken en erdoor opgeslokt te worden.

[17] Elk schijnbaar afzonderlijk kenmerk van ervaring ontstaat in unisono met elk ander schijnbaar afzonderlijk kenmerk. De werkelijkheid is één geheel, dus er is geen sprake van het ene deel ervan te aanvaarden en het andere af te wijzen. Niemand staat op zichzelf om iets te aanvaarden of te verwerpen. Wat ik zie, voel en denk is ik. We kunnen ons andere, totaal verschillende bestaansordes voorstellen. We kunnen ons alles voorstellen. Maar wat we werkelijk weten is heel weinig: alleen wat we zien, voelen en denken.

[18] Ken je het verhaal van de kleine terriër die rondrende met een bot in zijn bek? Wel, hij kwam bij een brug over een vijver, en toen hij naar beneden keek zag hij een andere kleine terriër weerspiegeld in het wateroppervlak van die vijver. En die hond had ook een bot in zijn bek. Hongerig naar het bot van de andere hond en naar het bot dat hij al had, begon ons kleine hondje te blaffen, en terwijl hij dat deed, gleed het bot dat hij zo lekker vond uit zijn bek en viel in de beek, voor altijd verloren.

[19] Maak eens een praatje met die terriër in je. Leg hem uit dat op elk moment de dingen zijn zoals ze zijn, en dat er dus niets te zoeken of te bereiken valt. "Blaas de jacht af, klein hondje," zou je hem kunnen zeggen. "Het heeft geen zin om op een ezel te zoeken naar een ezel."

[20] Je hoeft niets te doen. Blijf gewoon open voor situaties, gedachten en emoties, en ontmoet elk nieuw moment zonder voorbehoud. In die eenvoud ligt het einde van het zoeken.