Inleiding


universum

De werkelijkheid, dit leven, de wereld, dat wat we in en om ons heen ervaren, wat is dat eigenlijk?

Wellicht staan de meeste mensen hier niet bij stil, maar mij heeft die vraag me beziggehouden sinds mijn kindertijd.

[...]

Ik ben vier jaar oud en ik graaf gaten in de zandbak van de kleuterschool om te zien wat er diep onder het zand verborgen zit. Andere kinderen doen dat niet. Putten en riolen hebben ook mijn belangstelling: een geheimzinige en verborgen wereld recht onder mijn voeten!

De rusteloze aarde

Wat later, als ik eenmaal kan lezen, verzamel ik wetenschappelijke artikelen uit het Utrechts Nieuwsblad. De eerste resultaten van het DNA-onderzoek, het begin van de ruimtevaart. Ik vind het allemaal prachtig. Nog wat ouder verslind ik boeken over elementaire deeltjes en kosmologie en heb ik een eenvoudig scheikundelab in de garage van mijn ouders. Ik krijg er ook bewondering voor op school. Ik ben zeker niet de populairste, noch de slimste, maar ik weet tenminste dingen die niemand anders weet. (Ha!).

Van jongs af aan krijg ik, vooral onder invloed van mijn vader, de boodschap mee dat ik niet goed genoeg ben. Ik ben niet de stoere, handige en sportieve jongen die hij liever zou zien. Ik ben een verlegen boekenwurm, en de enige manier om uit mijn gevoelens van ontoereikendheid te komen is om te proberen beter te worden in iets waar hij en mijn schoolgenoten absoluut niet goed in zijn en op die manier respect te verdienen. Kennis verzamelen wordt mijn ding, uit passie en interesse, maar zeker ook uit behoefte.

Naast natuurwetenschappen verslind ik ook boeken over parapsychologie, ufo's, theosofie en dat soort dingen. Als tiener en jongvolwassene raadpleeg ik de Tarot en de I Tjing en beoefen ik astrologie. Heel opwindend allemaal! Iets later lees ik de boeken van Carlos Castaneda, J. Krishnamurti en anderen. Ik studeer vijf jaar filosofie aan de Universiteit van Amsterdam, sluit me aan bij een radicaal-linkse, activistische groep en zet mijn eerste stappen in therapieland.

Tijdens een bezoek aan de Kosmos in Amsterdam (de wekelijkse swingavond), samen met enkele mensen uit de woongroep waar ik in die tijd woon, heb ik een ingrijpende ervaring. Ik heb wat wiet gekocht bij de huisdealer in het theehuis en steek een joint op. Het spul werkt helemaal niet goed uit en ik word erg angstig en paranoïde. De angst wordt steeds sterker, totdat ik helemaal verstijfd ben, volkomen vervreemd en in mijn hoofd.

Van het ene moment op het andere verandert mijn beleving. Ik voel me vrij, helder en volledig aanwezig in mijn lichaam. Het voelt fantastisch! Mijn geest en mijn lichaam zijn precies in sync. Lopen, zitten, ademen, alles gaat zonder enige twijfel. Ik loop een tijdje rond in het gebouw. Slechts één persoon zit op dezelfde golflengte als ik en we glimlachen naar elkaar in wederzijdse herkenning. Alle andere mensen zitten zichtbaar in hun hoofd en zijn alleen met zichzelf bezig. Zelfs als ze met elkaar praten, luisteren ze niet, maar praten ze als robots die een programma uitvoeren. Ik realiseer me dat ik dat normaal gesproken ook doe, net als iedereen. Ik realiseer me ook dat mijn grootste zorg is wat mensen van me zullen denken, zelfs als ik alleen ben! Maar nu niet. Ik heb de indruk dat ik precies zie wat de mensen denken en ik geniet enorm van mijn toestand. Ik voel me vrij en onbekommerd.

Pas als ik naar huis ga, ontstaan er twijfels: hoe kan ik in deze situatie met mijn huisgenoten omgaan? Zij zullen dit niet begrijpen. Twijfel kweekt angst en binnen de kortste keren ben ik weer gewoon neurotisch en 'onverlicht'.

Dit voorproefje doet me natuurlijk naar meer verlangen! En ik heb lang geprobeerd om deze bewustzijnstoestand te herbeleven.

In het begin van de jaren tachtig kom ik dan in aanraking met studenten en boeken van de Indiase goeroe Bhagwan Shree Rajneesh en een tijdje later besluit ik, na veel twijfelen, om ook 'sannyas' te nemen, oftewel volgeling van Rajneesh te worden. In de volksmond zegt men in die tijd dat ik me 'bij de Bhagwan' aansluit. Ik begin rode kleren te dragen, met daarbovenop een ketting van houten kralen en een medaillon met de afbeelding van Rajneesh.

Rajneesh stelt dat je een staat kunt bereiken die "Verlichting" heet, waar het individu samensmelt met de kosmos en eenheidsbewustzijn ontdekt wordt. Dat idee spreekt me erg aan. Het echte geheim vinden, permanent 'Ontwaakt' zijn, de Oorsprong kennen... Fascinerend! En blijkbaar gaat dat gepaard met een stapsgewijze ontwikkeling door meditatie, die volgens Rajneesh tegelijkertijd kan samenvallen met het ten volle vieren van het leven, een schitterende 'package-deal', toch?.

Om verlichting te bereiken moeten meestal ook een aantal blokkades en conditioneringen doorzien en verwijderd worden door psychotherapie te doen, zo wordt er gezegd. Je wordt je daardoor meer en meer bewust, meer en meer gecenterd, meer en meer levend, om uiteindelijk tot volle bloei te komen als een Verlicht wezen en je leven wordt een 'flow', in sync met het universum.

En iedereen zal dat aan mij zien natuurlijk. Hoe verleidelijk!

Chinmayo Daarna volgt een tienjarige onderdompeling in de chaotische wervelwind van de sannyasin-cultuur en subculturen met zijn therapiegroepen, communes, meditaties, ecstasy trips, gepushte bezoeken aan Oregon (de verblijfplaats van Rajneesh in die tijd), paranoia, intimiderende leiders, emotionele chantage en veel manipulatie. Maar ook met stilte, verbondenheid, fantastische feesten, veel uitbundige en vrolijke energie. Ik kom in aanraking met zen, soefisme, sjamanisme, tai-chi, tantra, rebirthing, bio-energetica, dehypnotherapie, etc.., kortom met alle takken van alternatieve spiritualiteit en humanistische psychologie. Ik geloof half en half in karma, reïncarnatie, chakra's en chanelling.

Ik heb het allemaal gedaan en het heeft lang geduurd voordat ik dat hele gedoe van me af kan schudden en besef waar ik eigenlijk mee bezig ben geweest. Het heeft me veel tijd gekost om echt op eigen benen te staan, me goed te voelen over mezelf en me niet langer af te vragen wat een of andere figuur op een podium mij kan vertellen over mijn leven.

Overigens is niet alle therapie en meditatie zinloos aan mij voorbij gegaan. Als een 'spaced-out' mindfucker die wezenloos in zijn hoofd zit (kijk maar naar de foto), denk ik niet dat ik er slechter op ben geworden.

[...]

Maar wat zijn de lessen die ik van dit avontuur geleerd heb? (er zijn er een aantal, onder andere dat ik echt geen commune-mens ben).

De belangrijkste les is misschien wel dat weglopen van wat er hier en nu aan de hand is, op zoek naar een (toekomstige en permanente) uitweg uit gevoelens van gemis en tekort, een heel slecht (en ook zeer kostbaar!) idee is.

Maar die les heb ik pas veel later geleerd, na eerst kennis gemaakt te hebben met de Australische 'Meester van het Westen' (serieus!) Barry Long en daarna met een hele reeks satsang leraren, zowel in levende lijve als via tientallen boeken en talloze video's.

[...]

Ik leer mijn les door in te zien dat ik geen 'fuck-up' hoef te zijn. Ik kan verantwoordelijkheid nemen voor mijn leven, vaardigheden leren en beheersen, actief zijn in de wereld en respect krijgen.

En als gevolg van mijn gronding in het 'gewone' leven begin ik na een tijd te twijfelen aan de hele santenkraam van 'spirituele' begrippen, praktijken en leraars. Ik begin in te zien dat al die dingen aangeleerd zijn en dat er geen pad kan zijn wat ik kan volgen om uit te komen bij, ja, bij wat eigenlijk? Die zogenaamde 'verlichting', wat houdt dat precies in? Vraag het aan bijna iedereen die 'spiritueel bezig' is en je krijgt evenveel antwoorden, maar geen enkele zoeker weet het dus uit eigen ervaring. Er wordt je een wortel voorgehouden en we lopen er braaf achteraan, met het idee dat het leven op den duur wel aangenamer zal worden, vol met 'bliss' en 'liefde' en 'ultieme kennis'. En dat voor altijd! Want we zijn in feite 'Puur Bewustzijn', dat na de dood van het lichaam als een soort spook blijft, eh, rondspoken.

[...]

Robert Saltzman:

"Dit voortdurende gegoochel met concepten over opperwezens, zielen, reïncarnatie, transcendentie, zelfrealisatie en verlichting dient alleen als een uitsteltactiek. Het enige dat we echt weten is nu. Wanneer je je interesse in spirituele dromen verliest, zal je verlangen naar een pijnvrij leven afnemen. Dan zal je aandacht op natuurlijke wijze blijven waar hij hoort - niet in een of andere denkbeeldige, probleemloze toekomst, maar in dit moment, dat het enige moment is dat je ooit zult hebben, het enige moment waar je mee om moet gaan, en het enige moment waar je feitelijk mee om kunt gaan. Dat te zien vereenvoudigt de zaken aanzienlijk, vind ik. De wijzen onder ons genieten en ondergaan een volledig menselijke ervaring met een gelijkmoedigheid die ze niet kunnen verklaren, ook al hebben ontelbaren het geprobeerd." (1)

Joan Tollifson op Facebook, 17 oktober 2021:

"Wat is dit hele gebeuren dat we leven of het universum noemen? Wat ben ik?

Dit zijn eeuwigdurende vragen die opkomen in de menselijke geest. Functioneel, op een praktisch niveau, is het de taak van de geest om uit te zoeken waar ik ben en wat er gebeurt - wat veilig is en wat gevaarlijk is. Dit is een elementaire overlevingsfunctie van het organisme, en op een praktisch niveau werkt het heel goed. Het denken kan de levende werkelijkheid conceptualiseren en in kaart brengen op zo'n manier dat we kunnen navigeren en doen wat we moeten doen.

Maar wanneer het denken zich gaat bezighouden met deze grotere, abstractere vragen, heeft het de neiging om steeds meer lagen van begoocheling en verwarring te creëren. De vragen zelf omvatten door het denken gegenereerde conceptuele abstracties zoals "mijzelf", "het universum", "leven", "ik", "persoon", "lichaam", "geest", "bewustzijn", "gewaarzijn", "totaliteit", enzovoort. Dit zijn allemaal abstracte ideeën waarin een of ander aspect van de levende werkelijkheid uit het geheel is gesneden en tot een schijnbaar afzonderlijk "ding" is verheven. Als we goed kijken, ontdekken we dat geen van de "dingen" die door het denken worden gelabeld, werkelijk kan worden gescheiden van al het andere of kan worden vastgepind op een stabiele en blijvende manier. Geen van hen, zelfs stoelen en tafels niet, heeft het solide, substantiële, aanhoudende, onafhankelijke bestaan dat de labels suggereren.

Tegelijkertijd zou het dwaas zijn om de schijnbare werkelijkheid van stoelen en tafels en van jou en mij te ontkennen. Maar we kunnen geen van deze schijnbare "dingen" werkelijk in handen krijgen. We kunnen niet echt zeggen dat wat hier verschijnt iets is, en tegelijkertijd kunnen we ook niet zeggen dat het niets is. Dit kan eenvoudigweg niet worden gevat in een conceptuele formulering. Permanent, vergankelijk, vloeiend, flitsend, onbeweeglijk, veranderlijk, onveranderlijk, altijd aanwezig, steeds veranderend, zelf, geen-zelf, eenheid, veelheid - geen van deze beschrijvingen houdt volledig stand bij zorgvuldig onderzoek. De werkelijkheid zelf is eenvoudigweg onmogelijk te vangen in concepten en woorden.

Veel van deze abstracte formuleringen zijn nuttig in het dagelijks leven - we kunnen ze niet weggooien. Maar wanneer we mentale kaarten verwarren met het levende gebied zelf, raken we in de war en lijden we. Wanneer we proberen het menu te eten in plaats van de maaltijd, raken we uiteindelijk ondervoed. Dit klinkt altijd zo voor de hand liggend, maar in onze eigenlijke ervaring wordt het heel subtiel en genuanceerd, en het is opmerkelijk gemakkelijk om voor de gek te worden gehouden omdat de kaarten zo alomtegenwoordig zijn en zo gemakkelijk en vaak worden aangezien voor het leven zelf.

Wanneer we het over stoelen en tafels hebben, krijgen we niet al te veel problemen. Maar wanneer we beginnen te praten over "bewustzijn" of "bewustzijn" of "het zelf" of "ik", dan is datgene waarnaar verwezen wordt veel minder concreet, in sommige gevallen onbestaand, en verschillende sprekers kunnen met zulke woorden totaal verschillende dingen bedoelen, wat leidt tot meer verwarring en misverstanden. En als we vragen stellen als: "Wat is de zin van het leven?" of "Wat gebeurt er met mij na mijn dood?", hebben we het over totaal abstracte of denkbeeldige dingen, waaronder "zin", "ik", "na de dood" en toekomstige tijd. Maar wij hebben de neiging om volledig gehypnotiseerd en bedwelmd te raken door deze begrippen en dus gewoontegetrouw aan hun schijnbare verwijzingen een werkelijkheid toe te kennen die zij in werkelijkheid niet hebben. Zo lijken deze vragen zinvol en dringend, en onze neiging is erover na te denken en na te denken en na te denken, en/of ons te haasten om te horen wat verschillende spirituele autoriteiten erover denken.

Bij de spirituele zoektocht raken we gemakkelijk verstrikt in de wondere wereld van ideeën, en proberen we alles zin te geven in onze zoektocht naar zekerheid, comfort, controle, duurzaamheid en blijvende bevrediging. Wij proberen een voordeel te verkrijgen voor deze denkbeeldige "ik" die het centrum schijnt te zijn van "mijn" ervaring door een verscheidenheid van dingen te doen. Een van die dingen kan zijn dat we proberen ons te identificeren als grenzeloos onpersoonlijk bewustzijn in plaats van als een afzonderlijke lichaams-geest. Plotseling is er "mij" die zich probeert te identificeren als "bewustzijn" en niet als dit "lichaam" of deze "geest". Deze inspanning voelt vaak aan alsof we onszelf proberen op te tillen aan onze veters.

Maar ondertussen al dat denken, al dat gehaast en getrek aan onze eigen veters, dient het leven zich moeiteloos aan. Horen gebeurt, zien gebeurt, ontwaken gebeurt, honger gebeurt, eten gebeurt, denken gebeurt, ademhalen gebeurt, enzovoort. De actualiteit is natuurlijk niet opgedeeld in die keurige afzonderlijke categorieën - de actualiteit is grenzeloos, naadloos, onoplosbaar en vloeibaar. En het gebeurt allemaal vanzelf, zelfs onze schijnbare inspanningen en keuzes, zelfs conceptueel in kaart brengen, zelfs haasten en trekken en zoeken en denken, zelfs verwarring en waanvoorstellingen. Niets van dit alles is persoonlijk, alles is inhoudsloos, geen enkel woord-etiket is ooit het ding dat het benoemt, geen enkel "ding" is ooit echt een "ding" omdat niets stilstaat, en omdat niets uit het geheel kan worden getrokken, ook niet een zogenaamd "persoon" of een "ik". Dat "ik" is een fata morgana. Het heeft nooit echt bestaan. Dus hoe kan het worden geëlimineerd?

Ontwaken, zoals ik het zie, gaat niet echt over iets vinden of iets kwijt raken. Het is meer een ontwaken uit deze conceptuele zwendel, niet eens en voor altijd, maar hier en nu.

Wie of wat wordt wakker? Zodra we die vraag proberen te beantwoorden, raken we in verwarring. De vraag zelf lijkt te veronderstellen dat zij een antwoord moet hebben, dat wij, door te kijken, iets of iemand zullen vinden die soms slaapt en soms wakker is, een of andere essentiële substantie misschien, of een waarnemer-controleur los van het waargenomene, of een bewustzijn dat los staat van wat verschijnt. Maar wat we in feite vinden is niets en tegelijkertijd alles!

Deze huidige verschijning is onmiskenbaar. Wat is het? Dat kunnen we niet zeggen! DIT kan eenvoudigweg niet worden vastgepind in een dualistische en uitsluitende categorie zoals bestaan of niet-bestaan, echt of onecht, permanent of vergankelijk, zinvol of betekenisloos. Niets wat we zeggen of denken kan de onmiddellijkheid van wat is vatten. DIT hier en nu is duidelijk, onbetwistbaar en onvermijdelijk. Er kan niet aan getwijfeld worden. Waar wel aan getwijfeld kan worden zijn de interpretaties ervan. Maar zelfs de interpretaties zijn niets anders dan DIT dat zich als interpretaties manifesteert.

Echt, er is geen manier om dit niet te zijn. Er is niets dat moet gebeuren of niet moet gebeuren. Er is niemand buiten DIT om het te krijgen of het te verliezen. Er is alleen dit."

(1) Robert Saltzman, De tienduizend dingen, Hoofdstuk 16