Ja maar, het zou toch kunnen?


Zou toch kunnen

Ik hoor dat zinnetje vaak: "het zou toch kunnen dat dit of dat bestaat?". Chakra's, aura's en God in den hemel. Mijn antwoord is dan steevast: "ik denk van niet, maar natuurlijk, het zou kunnen, nou en?".

Zo'n vraag "het zou toch kunnen?" lijkt te komen van een agnostisch 1) standpunt, maar is het meestal niet. Meestal geloven mensen wel degelijk dat die dingen ook echt bestaan. Maar waarom?

Ik kan een aantal redenen bedenken waarom mensen, mezelf niet uitgezonderd, bepaalde dingen geloven:

Er is voldoende bewijs voor. Bijvoorbeeld: ik geloof dat Tokio bestaat, ook al ben ik er nog nooit geweest. Ik geloof dat morgen de zon wel weer zal opgaan. En ik geloof dat het morgen mooi weer wordt, gezien de voorspellingen. Nog nooit heeft iemand een elektron gezien of een levende dinosaurus. Toch geloof ik dat elektronen bestaan en dat er lang geleden dinosaurussen rondliepen.

Het lijkt een verklaring te geven voor iets dat we (nog) niet begrijpen, bijvoorbeeld het idee van de 'Ether', voordat we wisten dat lichtgolven zich zonder medium voortplanten in vacuüm - "want er moet toch iets golven", was toen de gedachtegang.

Deze twee redenen lijken mij voldoende legitiem. De drie redenen hieronder echter dienen eerder om de werkelijkheid te verdoezelen, te verbloemen en beter verteerbaar te maken:

Het geeft hoop en troost. De meeste mensen kunnen bijvoorbeeld niet accepteren dat er 'niets' zou zijn als ze sterven. En ook het idee dat er 'iemand' is die over ze waakt geeft een geruststellend gevoel.

Het geeft houvast en betekenis. De wereld is complex en vol onbegrijpelijkheden en het leven lijkt soms betekenisloos en wreed. Dat vinden veel mensen onverdraaglijk. 'God's plan' geeft dan het antwoord. Denk hierbij ook aan het geloof van "toeval bestaat niet" of "dit moest dus zo zijn". En ook het geloof in astrologie is van hetzelfde laken een pak.

Geloven in bijzondere en 'geheime' dingen geeft mensen een gevoel van superieure identiteit. Dergelijke mensen voelen zich 'speciaal' of zelfs 'uitverkoren'. Denk aan het geloof aan bezoekende aliens en engelen of het aanhangen van bizarre complottheorieën. Denk ook aan het geloof dat er ultieme antwoorden bestaan op ultieme vragen en die antwoorden kunnen worden gevonden door MIJ.

En zelfs wetenschappers kunnen zich verliezen in bizarre, onbewijsbare hypotheses, zoals bijvoorbeeld het idee dat het universum zichzelf als simulatie tot bestaan gebracht zou hebben: 'New hypothesis argues the universe simulates itself into existence'.

Ik snap dat mensen behoefte hebben om van alles te geloven. En zolang ze mij niet dwingen om ook te geloven vind ik dat best. Ik snap ook dat van jongs af aan opgevoed worden met een religie of levensfilosofie je dusdanig kan beïnvloeden dat het zeer moeilijk kan zijn om dit te doorzien en achter je te laten. Ik ben mijn ouders dan ook nog steeds dankbaar dat er door hen nooit druk is uitgeoefend op mij om een religieus (of anti-religieus) gedachtegoed te accepteren en dat ze mij mijn eigen weg hebben laten gaan, ook al waren dat achteraf gezien (ook) dwaalwegen.

Behalve onze ouders is er natuurlijk de enorme invloed van de samenleving waarin we opgroeien en waar we aan meedoen. Iedereen neemt via een soort osmose-proces allerlei ideeën, normen en standpunten in zich op. Dat is niet te voorkomen en heeft natuurlijk ook zijn waarde. Het zorgt ervoor dat je op een acceptabele manier kunt deelnemen aan die samenleving. Maar het zorgt er ook voor dat je zicht op jezelf en je beleving bedekt en overtrokken raakt met lagen van begrippen en zogenaamde kennis die niet van jou zijn, maar tweedehands.

En we zijn ondertussen heel goed geworden in het bedriegen van onszelf en onze medemens. Want wat betekent een zinnetje als "ik voel dat nu eenmaal zo", of "mijn intuïtie zegt me dat" nu eigenlijk? Echte intuïtie is woordeloos, je doet gewoon iets, en je kunt niet beredeneren waarom. Gevoelens zijn ook woordeloos. Je voelt verdriet, angst, blijheid, enzovoort, niet dat je morgen de lotto gaat winnen of dat je beschermengel in de buurt is. Dat zijn geen gevoelens, maar gedachten, dingen die je gelooft of hoopt, niet weet, en nog minder voelt.

Het valt niet mee om te doorzien wat je allemaal gelooft, ook al is het feitelijk nog zo'n flauwekul:

"Bullshit appelleert vaak aan onze emoties of aan onze bestaande wereldbeelden, en als ideeën zich eenmaal in onze emoties hebben genesteld of onze wereldbeelden bevestigen, kunnen ze uiterst moeilijk los te maken zijn - zelfs door de waarheid.

"De leugenaar beweert iets waarvan hij zelf gelooft dat het onwaar is. Hij geeft opzettelijk een verkeerde voorstelling van wat hij zelf als de waarheid beschouwt. De bullshitter daarentegen wordt niet gehinderd door enige overweging over wat al dan niet waar kan zijn. Bij het doen van zijn bewering is hij onverschillig of wat hij zegt waar of onwaar is. Zijn doel is niet om feiten te melden. Het is veeleer de overtuiging en de houding van zijn toehoorders op een bepaalde manier te vormen." 2)

Bedenk ook: de hoeveelheid energie die nodig is om bullshit te weerleggen is van een grotere orde dan nodig is om het te produceren (de wet van Brandolini, ook wel genoemd: het 'Bullshit Asymmetrie Principe').

"Ongetwijfeld kan het je afkeren van gekoesterde overtuigingen ontmoedigend en beangstigend voelen, maar je vindt ook geen echte verlichting in een bijgelovige omhelzing van spiritualiteit. De geest van het bijgeloof is een spookhuis gevuld met de geesten van andermans religie, andermans pijn en andermans angsten." 3)

1) Agnosticisme > Uit Wikipedia: Het agnosticisme is de filosofische bedenking dat kennis van (een) hogere macht(en) niet zeker kan zijn, omdat deze niet (met de wetenschappelijke methode) te bewijzen is. Een agnost is iemand die geen overtuiging heeft jegens het wel of niet bestaan van (een) bovennatuurlijk(e) macht(en).
2) Vertaling van Harry Frankfurt over Bullshit
3) Robert Saltzman, De tienduizend dingen, Hoofdstuk 34